Menu Close

Leeswijzer

Hallo lezer, welkom!

Ik ben Mathijs van Eeten, schrijvend student journalistiek en dit is mijn afstudeerwebsite.

Hier kunt u de producties bekijken die ik de assessoren van Fontys Hogeschool Journalistiek aanbiedt bij mijn afstuderen in juni en juli 2019. Deze onderdelen bewijzen dat ik competent ben het journalistieke beroepsveld te betreden.

Tijdens een interview met drummer Pierre van der Linden voor De Volkskrant, 2018. Beeld: Katja Poelwijk

Om meer over mij te weten te komen, verwijs ik u graag naar de ‘Over mij’-pagina, waar ik uitgebreider inga op mijn profiel als student en journalist.

U vindt mijn producties en bijbehorende verantwoording op aparte pagina’s op mijn website, net als de uitwerking van mijn reflectieonderzoek en het dossier dat daarbij hoort.

Voor de overzichtelijkheid geef ik hieronder per productie aan welke competenties ik wil bewijzen. U kunt meteen doorklikken om de producties te bekijken.

Productie 1: Roadburn voor beginners

Genre: geschreven interview

Competentie: produceren

De productie kunt u hier bekijken.

De verantwoording voor deze productie vindt u hier.

Productie 2: Een podcast bij 3voor12 Tilburg

Genre: adviserend verslag

Competenties: publieksgerichtheid, researchen, produceren, vernieuwen

Deze productie is onderverdeeld in aparte blogposts, die u hier of in het menu kunt aanklikken:

  1. Inleiding: Waarom een podcast voor 3voor12 Tilburg?
  2. How-to: de 9 do’s and don’ts
  3. Publieksonderzoek: voor wie maken we een podcast?
  4. Aanbeveling: ga voor diepgang

Desgewenst kunt u de productie hieronder als pdf downloaden.

De verantwoording voor deze productie vindt u hier.

Reflectieproductie: De lange adem

Genre: essay

Competentie: produceren, reflecteren

De productie kunt u hier bekijken.

Het bijbehorende reflectiedossier kunt u hier inzien.

Tot slot

Ik hoop zo voldoende te hebben geïnformeerd. Veel plezier met het lezen van mijn producties!

(Hieronder zijn alle artikelen los aanklikbaar, maar ik raad u aan gebruik te maken van de bovenstaande links of het menu bovenin.)

Roadburn: Een verantwoording

Roadburn voor beginners verantwoording

Ik heb geprobeerd mijn werkwijze bij het interviewartikel overzichtelijk te maken door het te categoriseren.

De aanleiding

Roadburn is een jaarlijks terugkerend muziekfestival, dat vier dagen duurt, in de binnenstad van Tilburg. Iedere jaar denk ik: daar zou ik nog eens wat mee willen.

Roadburn begon dit jaar op donderdag 11 april in Tilburg. Het festival is jaarlijks uitverkocht, want mensen van over heel de wereld komen af op de experimentele muziek en keren in veel gevallen jaarlijks terug. Dan zie ik grote groepen metalheads gezellig door Tilburg struinen en vraag ik me af: hoe zouden niet-metalheads dit verschijnsel bekijken? Wat weten ze er überhaupt vanaf? Zelf wist ik wel ongeveer wat er op Roadburn gebeurt, alleen ook maar vaag. Over de aantrekkingskracht en inhoud van het festival wilde ik meer te weten komen.

De relevantie

Roadburn is een groot, internationaal festival, dat jaarlijks al veel media-aandacht krijgt, maar kon nog een meer toegespitste productie gebruiken over de festivalganger, vaak metalhead, een type mens waar veel stigma’s over bestaan (geweld, depressie, etc.).

Ik wilde inzicht geven in iets afstandelijks als een festival voor experimentele, zware muziek.

Doelgroep

Het artikel is gepubliceerd op de eerste dag van het festival, bij 3voor12 Tilburg. De doelgroep van 3voor12 Tilburg bestaat uit muziekliefhebbers uit (de regio van) Tilburg. Een doorsnee profiel is moeilijk te maken. Wat we wel weten: de doelgroep is divers. Daarom behandelt 3voor12 veel verschillende genres en onderwerpen. De meeste mensen uit de doelgroep kennen Roadburn wel, maar ik wilde ze meer dichterbij brengen met de menselijke vorm van de productie.

Mijn centrale vraag

Wat maakt Roadburn zo populair bij de liefhebber?

Deelvragen:

  • Wat is Roadburn?
  • Wat voor muziek wordt gemaakt op Roadburn?
  • Welke mensen gaan naar Roadburn?
  • Wat trekt die mensen aan in Roadburn?

Vorm

Ik wilde mijn geïnterviewden zo veel mogelijk aan het woord laten, omdat hun observatie van-  en gevoel bij het festival centraal staat. Daarom heb ik gekozen voor een interview in vraag-antwoord-vorm. De toon is luchtig, mijn vraagstelling prikkelend, maar de insteek wel degelijk serieus. De lezer die niet naar Roadburn zou gaan, moet zich kunnen herkennen in mijn vraagstelling. Daarom leg ik een aantal basisvragen voor die voortkomen uit nieuwsgierigheid, maar ook een beetje naïef kunnen overkomen. Het is een eerste stap richting Roadburn. Een kijkje door het kiertje van de deur.

Mijn aanpak per deelvraag

Wat is Roadburn?

Hiervoor heb ik een kleine duik gemaakt in een eerder verslag op de 3voor12 website, van de broers Maarten en Wouter de Waal. Ik heb ook een podcast beluisterd waarin Roadburn uitgebreid besproken werd (Zes Losse Tanden). Veel van de basisinformatie staat ook gewoon op de website van Roadburn. Verder heb ik mijn bronnen gevraagd: wat is Roadburn eigenlijk? De informatie op de site van Roadburn zelf gebruikte ik als basis.

Wat voor muziek wordt gemaakt op Roadburn?

Deze wirwar van genres vond ik persoonlijk een erg interessant aspect van Roadburn. Om die in kaart proberen te brengen, heb ik om definities gevraagd bij deskundigen Patrick Lamberts en Maarten Koehorst, die allebei liefhebbers zijn, maar ook vanuit hun beroep zich ermee bezig houden. Ook voor hen was het moeilijk om genres te duiden, wat resulteerde in een paar pakkende citaten.

Welke mensen gaan naar Roadburn?

Hiervoor bewandelde ik drie wegen. 1: Ik sloot me aan bij een Facebookgroep van Roadburners en las berichten van festivalgangers (die waren openbaar). 2: Ik toetste mijn eigen observatie aan mijn interviewkandidaten. 3: Als meest authentieke antwoord op die vraag heb ik een fanatieke festivalganger geïnterviewd.

Wat trekt die mensen aan tot Roadburn?

Deze vraag leende zich beste voor veldonderzoek, waar ik hem letterlijk heb voorgelegd.

Mijn bronkeuze

Ik heb er bewust voor gekozen weinig achtergrondinformatie toe te voegen. Wanneer daar de te veel van zou zijn, zou het verhaal een mengvorm moeten krijgen en zou de essentie uit het zicht raken. Het verhaal draait juist om de gedachten van mijn bronnen, daarom zijn hun citaten het belangrijkst.

Als compensatie voor het gebrek aan feitelijke kennis, heb ik er wel voor gekozen twee deskundigen te interviewen. Eén daarvan is vooral deskundig (Patrick Lamberts), de ander draagt het festival persoonlijk een warm hart toe (Maarten Koehorst) en de laatste spreekt het meest als ervaringsdeskundige (Aino Purhonen). De drie bronnen houden ratio/emotie in balans in het artikel. Wat overigens niet wil zeggen dat de fan het meest emotioneel reageerde.

Patrick Lamberts en Maarten Koehorst heb ik face-to-face geïnterviewd. Lamberts sprak ik al voor mijn reflectie-onderzoek en ken ik via-via. Koehorst is makkelijk te vinden als lokale platenzaakeigenaar. De geluidsopname van de interviews heb ik gebruikt als ruw materiaal. Aino Purhonen heb ik gevonden op de Facebookgroep voor Roadburners. We hebben gechat in het Engels, omdat ze niet in de gelegenheid was telefonisch of face-to-face af te spreken. Ik was zelf even bang dat die manier van communiceren ten koste zou gaan van de interviewkwaliteit, maar Aino was meer dan volledig en openhartig in haar beantwoording van mijn vragen. Ik zag daarom geen aanleiding een nieuwe bron te gaan zoeken. Haar Engels was goed en op geen enkel punt verwarrend.

Op verzoek heb ik Patrick Lamberts het artikel nog eens laten inzien, voor het werd gepubliceerd. Hij heeft een feitelijke correctie doorgevoerd bij enkele van zijn eigen citaten.

Over de versie die bij 3voor12 Tilburg heeft redacteur Wouter de Waal, zelf ervaren Roadburnverslaggever, eindredactie gevoerd. Dat is niet de versie die uiteindelijk op deze blog is verschenen, is een in taal verbeterde versie van die op 3voor12, met nog iets meer basiskennis in een kader.

Dossier onderzoek: de lange adem

Ik heb geprobeerd mijn werkwijze bij het interviewartikel overzichtelijk te maken door het te categoriseren.

Persoonlijke aanleiding voor dit onderzoek

Zelf wilde ik sinds mijn tweede jaar journalistiek (schrijvend) popjournalist worden, geïnspireerd door bladen als Uncut, Oor, Lust for Life en tv-documentaires/-programma’s als Classic Albums en De Top 2000 A Go Go. Ik deed daar journalistiek wel eens wat mee en dat beviel. Daarom heb ik me aangesloten bij 3voor12 Tilburg, om ervaring om te doen en door te groeien naar het professionele gedeelte van het beroepsveld.

Mij werd door ingezetenen verteld dat het meestal ontzettend moeilijk is een baan te vinden als popjournalist. Eenmaal met een baan zou het bijna onmogelijk zijn te zorgen voor genoeg inkomen.

Ik heb een aantal jaren met dat beeld opgezadeld gezeten. Mijn afstudeerperiode leek me een geschikt uit te zoeken hoe het er feitelijk voorstaat in het werkveld en hoe ik daar mee om zou moeten gaan.

Relevantie van dit onderzoek

De popjournalistiek is een populair beroep. Op het internet stikt het werkelijk van de enthousiaste amateurs die producties plaatsen over van alles. Ik geloof dat een deel daarvan de ambitie heeft dat werk te professionaliseren. Ik zou hen en mijzelf graag vertellen hoe.

Het gaat niet zo goed gaat met de traditionele popjournalistiek zoals we die kende uit de succesjaren (dalende oplages, etc.). We bevinden ons in een interessante tijd, wat kans zou kunnen bieden aan nieuw talent, maar de arbeidsmarkt is lastig. Een conflict dat zich leent voor een journalistiek onderzoek.

Onderzoeksvraag

Ik heb mijn onderzoek verricht met de onderzoeksvraag:

Hoe kan ik me onderscheiden als aankomend schrijvend popjournalist in Nederland?

En de deelvragen:

  • Hoe ziet het huidige geschreven popjournalistieke landschap eruit in Nederland?
  • Wat doet een popjournalist?
  • Hoe ziet de arbeidsmarkt eruit voor schrijvende popjournalisten in Nederland?
  • Welke nog onvervulde behoeftes kent de Nederlandse popjournalistieke sector?

De deelvragen moeten helpen de hoofdvraag te beantwoorden.

Onderzoekskeuzes

Ik stel mezelf in de hoofdvraag centraal, omdat het onderzoek bij uitstek op iemand als ik van toepassing is. Ik heb alleen wel gemerkt dat ik tijdens het onderzoek de ‘ik’ in het verhaal op de achtergrond heb gehouden en met mijn bronnen in algemeenheid heb gesproken over ‘iemand die popjournalist wil worden.’ Voor mijn gevoel maakte dat het makkelijker niet afgeleid te raken door zaken die alleen op mij van toepassing zouden zijn, wat het onderzoek toegankelijk zou houden voor mijn doelgroep: een persoon die graag popjournalist wil worden. Relevante gedeeltes van mijn persoonlijke ervaring kon ik uiteindelijk alsnog in het essay kwijt.

Voor de eerste deelvraag heb ik een inventarisatie gemaakt van een dwarsdoorsnede van het werkveld van de popjournalist in Nederland. Ik heb selectiekeuzes moeten maken om de uitwerking van mijn onderzoek werkbaar te houden voor mezelf en overzichtelijk voor de lezer.

Ik wilde gericht onderzoek kunnen doen. Mijn onderzoek richt zich op de schrijvend popjournalist die in principe meerdere kanten op kan met zijn carrière. Daarom heb ik wel meerdere richtingen in het onderzoek meegenomen en ben vervolgens de diepte ingegaan. Ik heb niet per richting ook nog eens de breedte opgezocht, hoewel ik graag ook nog wat meer van boegbeeld Oor had meegenomen in het onderzoek (te druk met de Pinkpop-special). Dat resulteert in een selectie van vijf categorieën:

  1. Publiekstijdschrift: Lust for Life (en in mindere mate Oor)
  2. Vaktijdschrift: Musicmaker
  3. Muziekblog: The Daily Indie
  4. Multimedium: 3voor12
  5. Popjournalistiek ondernemerschap: Jan van der Plas en Erwin Blom

Van een aantal overige titels heb ik wel cijfers benoemd ter verduidelijking van de context. Zo is Gonzo (Circus) heel specialistisch, wat is terug te zien bij de kleine doelgroep die de titel bedient.

Soundz en Heaven zitten qua identiteit tussen Oor en Musicmaker in en hebben een redelijk bereik. Daarom heb ik ze wel benoemd, waar ik een waslijst aan gespecialiseerde tijdschriften buiten beschouwing heb gelaten. 

Graag had ik ook de krantenjournalistiek (die wel is genoemd) verder onderzocht, maar het is me helaas ondanks meervoudig aandringen niet gelukt (hoofd)redactieleden van De Volkskrant (het meest cultuurgeëngageerde dagblad) te spreken, ook al werk ik daar zelf op de internetredactie. Ze hadden het steeds te druk of waren afwezig wanneer ik ze nodig had.

In een verder gevorderd stadium van het onderzoek was ik zo goed geïnformeerd door mijn vijf andere bronnen dat ik het erbij heb gelaten en niet verder ben gaan rondvragen, bijvoorbeeld bij NRC, Trouw, de Telegraaf of een regionale titel. Dat is een inhoudelijke en planningsgerichte afweging geweest. Ik kon mijn tijd beter besteden aan het selecteren binnen de omvangrijke informatie die ik al had verzameld en het uitwerken van het pittige genre van het essay.

Helaas kon ik online en in databanken bijzonder weinig actueels vinden over Nederlandse popjournalistiek, dan wel de arbeidsmarkt, ook al heb ik navraag gedaan bij de NVJ en de sites van het UVW en het CBS uitgekamd. Uiteindelijk nam op een aantal vlakken genoegen met cijfers van de NVJ en SvdJ en heb ik mijn (deskundige) bronnen uitgebreid bevraagd over het beroepsveld. Ik heb daarmee voldoende onderbouwde informatie kunnen vergaren.

Bronkeuzes

Patrick Lamberts (Musicmaker) en Dominique van der Geld (Lust for Life) vertegenwoordigen niet alleen popjournalisten uit de tijdschriftenbranche, ze zijn ook relatief jong (40-min) en succesvol binnen hun vak, de schrijvende popjournalistiek. Ik kon deze bronnen ondervragen over hun visie op mijn hoofdvraag en bij hen feitelijke informatie inwinnen.

Jan van der Plas (ondernemer, recensent Oor) heeft veel ervaring als popjournalist en daarom ook zicht op de ontwikkelingen in het beroepsveld sinds eind vorige eeuw. Als muziekproducent, muzikant, schrijver en hoofd van koepelorganisatie De Popcoalitie heeft hij een bredere kijk op de muziekindustrie en dus ook zicht op mogelijk alternatieve loopbaanrichtingen van een popjournalist.

Ricardo Jupijn biedt als muzikant en blogger tegenwicht aan de traditionele popjournalistiek. Hij heeft laten zien dat je als ijverige ondernemer met een journalistieke achtergrond (hij is zelf opgeleid tot journalist) ook online, met een andere journalistieke invalshoek succesvol kan zijn.

Erwin Blom stond aan de wieg van het, zeker toen, innovatieve 3voor12. Ik wilde naast mensen uit het beroepsveld ook iemand die er net een beetje verder buiten staat spreken, naast Jan van der Plas, die nog steeds recensies schrijft voor Oor. Erwin Blom is medeoprichter van Fast Moving Targets, dat ondernemers, bedrijven en organisaties helpt met (digitale) innovatie. Bloms deskundigheid op het gebied van innovatie, popjournalistiek en ondernemerschap maakt hem een belangrijke bron bij het beantwoorden van de hoofdvraag van mijn onderzoek.

Voor schriftelijk onderzoek heb ik uitsluitend kwaliteitsmedia (dus geen persoonlijke blogs of onbekende websites) en journalistieke organisaties geraadpleegd, maar ook twee scripties uit 2013 en 2014. Die vormden een goed alternatief voor het gebrek aan feiten en cijfers over Nederlandse popjournalistiek. Ik heb er voor gewaakt dat mijn onderzoek niet te veel is gaan leunen op dat van Rick van Veluw en Milou Bats en dat is ook terug te zien. Wel hebben hun onderzoeken me geholpen mijn bronnen een aantal stellingen voor te leggen, zoals: de popjournalist heeft na de komst van internet de boot gemist. Ik heb gebruikte informatie uit de scripties getoetst aan informatie van mijn gesproken en schriftelijke bronnen.

Uitwerking als Essay

Mijn zoektocht naar een toekomst als popjournalist is het vertrekpunt van dit onderzoek en leent zich samen met mijn gedachtegang erover uitstekend voor een persoonlijk verhaal. Daarom heb ervoor gekozen mijn bevindingen uit te werken in essayvorm.

De citaten in mijn essay zijn afkomstig van opnames van gesprekken die ik met mijn bronnen had.

Het essay is door mijzelf en mijn vijf bronnen gecontroleerd op feitelijke onjuistheden. Daarom ga ik er nu vanuit dat feiten, cijfers en citaten in het artikel juist zijn.

Patrick Lamberts en Ricardo Jupijn heb ik face-to-face gesproken. Bij Jan van der Plas, Erwin Blom en Dominique van der Geld kwam het voor mij en/of de bron praktisch niet uit elkaar te ontmoeten. Daarom hebben we elkaar telefonisch gesproken. Ieder interview duurde langer dan 45 minuten, waarvan sommige zelfs langer dan 90 minuten. Zodoende is ook een hoop interessants geschrapt om in het essay bij de kern te blijven.

Bronnenlijst

Persoonlijk geraadpleegd

Aalberts, N. (2019, 2 mei) Persoonlijke mailwisseling

Blom, E. (2019, 12 april) Persoonlijk interview

Geld, D. van der (2019, 26 april) Persoonlijk interview.

Jupijn, R. (2019, 17 april) Persoonlijk interview

Plas, J. van der (2019, 28 maart) Persoonlijk interview.

Lamberts, P. (2019, 9 april) Persoonlijk interview

gepubliceerd materiaal

Bats, M. (2014) Het bestaansrecht van de traditionele popjournalist in de digitale wereld van de 21e eeuw. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam.

Jansen, K. (2009, 15 mei) Hoor de muziek van het onzichtbare. NRC.. Geraadpleegd op 18 maart 2019, van https://www.nrc.nl/nieuws/2009/05/15/hoor-de-muziek-van-het-onzichtbare-11727596-a1064726

Kivits, N. (2018, 26 oktober) Data: herstel journalistieke arbeidsmarkt zet door. Villamedia. Geraardpleegd op 17 mei 2019, van https://www.villamedia.nl/artikel/data-herstel-journalistieke-arbeidsmarkt-zet-door

Veluw, R. van (2013) De gidsfunctie van OOR: muziekjournalistiek anno 2013, de veranderende gidsfunctie en een tijdschrift dat moet innoveren. Ede: Christelijke Hogeschool Ede.

VPRO (2019, 4 maart) 1910 vacature redacteur online 3voor12 EXTERN. PDF-bestand

Oplagecijfers

Bakker, P. (2019, 3 mei) Oplage papieren tijdschrift voorspelt geen zonnige toekomst voor de bladen. Stimuleringsfonds voor de journalistiek. Geraadpleegd op 2 mei 2019, van https://www.svdj.nl/nieuws/oplage-papieren-tijdschrift-toekomst/

https://www.gonzocircus.com/wp-content/uploads/2017/02/Gonzo-Circus_Mediakaart_2017.pdf

https://www.mediabookers.nl/adverteren/musicmaker.html

https://popmagazineheaven.nl/adverteer-heaven

Voor de oplagecijfers van Oor, Lust for Life en de bezoekersaantallen van 3voor12 heb ik persoonlijk mailcontact gehad.

Podcast: Een verantwoording

Om mijn productie over podcasting op een overzichtelijke manier te verantwoorden, beschrijf ik mijn keuzes per categorie.

Aanleiding van de productie

Ik ben redacteur bij 3voor12 Tilburg. In maart dit jaar vertelde mijn hoofdredacteur Bas van Duren  dat hij graag een podcast wil introduceren bij 3voo12 Tilburg. Op de jaarlijkse lokaldag vertelde de landelijke eindredacteur hoe hij zijn podcasts voor 3voor12 landelijk had gemaakt. Zijn vertelstijl was praktisch.

Bij 3voor12 Tilburg hadden we nog geen plan en geen plan om een plan te maken. De combinatie van factoren stimuleerde me om er zelf iets mee te gaan doen en heb ik besloten te beginnen en wel met een vooronderzoek.

Relevantie

Het is belangrijk dat 3voor12 Tilburg meer over zijn lezers te weten komt. Nergens is een visie daarover vastgelegd. Een podcastplan leent zich perfect voor een (eenvoudig) lezersonderzoek en bij podcasting kan goed worden begonnen met het betrekken van publiek bij de producties. Andersom is het essentieel om te weten waar de doelgroep op zit te wachten als het om podcasting gaat. Voor wie doe je het anders?

De podcast moet er komen omdat het een goede aanvulling is op de geschreven stukken van 3voor12 Tilburg. Met de combinatie van tekst, foto en podcasting kunnen we de doelgroep nog beter bereiken en informeren. Het genre leent zich goed voor de onderwerpen die bij 3voor12 worden behandeld: muziek en alles wat daar mee te maken heeft in Tilburg. (Hierover meer in de productie)

Is podcast een hype of toekomstbestendig? Omdat we ons nu middenin een ware podcasthype bevinden, is het aannemelijk dat de populariteit van podcasts op een bepaald moment (licht) zal afnemen. (Lees hierover meer over trends op Frankwatching.) Wel is nu een goed moment om mensen te enthousiasmeren voor een podcast, omdat het niet eng en te nieuw meer voor ze is. Aan de andere kant kunnen we rekenen op meer concurrentie. Los van die aspecten zijn de mogelijkheden van podcasts nog lang niet volledig verkend, wat betekent dat in ieder geval het medium zelf nog kan gaan groeien. Het is aannemelijk dat dit gebeurt. Dus ja, podcasts zijn in een bepaalde vorm toekomstbestendig.

Mijn doelgroep

Mijn doelgroep is dan ook overduidelijk de 3voor12 Tilburg redactie, inclusief de hoofdredacteur. Ik draag het advies op aan wie de productie van podcasts wil oppakken. Ik heb geprobeerd op toegankelijke toon te schrijven en de balans te bewaken tussen vlot, bondig en volledig. Ik heb er wel rekening mee gehouden dat 3voor12 Tilburg-redacteuren schrijvers zijn en gewend met teksten om te gaan. Daarom is het niet erg dat de tekst in totaal wat langer is geworden. Voor iedereen binnen de redactie die podcasts nog niet zo goed kent, is de podcast-basisinformatie uitkomst.

Ik heb tijdens mijn werk aan deze productie ook zo veel mogelijk geprobeerd rekening te houden met de werkwijze van 3voor12 Tilburg. De redactie bestaat volledig uit vrijwilligers, die dit werk er in hun vrije tijd bij doen. Dat betekent over het algemeen dat ze niet veel tijd hebben voor het produceren van podcasts, in vergelijking tot een professional en dat ze niet gebonden zijn aan de verplichting daar iets mee te doen. Of naar aanleiding van dit advies daadwerkelijk een podcasts gaat worden gemaakt, is dan ook onduidelijk, maar ik hoop dat dit een duwtje in de rug geeft van mensen die dat al graag wilden gaan doen.

De onderzoeksvraag

Ik ben aan het werk gegaan met een centrale vraag als leidraad, om zo oog te houden op de rode draad binnen mijn productie.

Centraal: Hoe kan 3voor12 Tilburg een goede podcast maken?

Deelvragen:

  • Wat is 3voor12 Tilburg?
  • Wat is een podcast?
  • Wat verlangen volgers van 3voor12 Tilburg van een podcast?
  • Wat maakt een podcast een goede podcast? (analytisch)
  • Hoe maak je een podcast? (praktisch)

Al deze vragen worden in het eindproduct beantwoord. Wel wil ik benadrukken dat ik de creativiteit van mijn mederedacteuren in de uitwerking niet dood wilde slaan door te veel van te voren voor ze in te vullen. Een aanbeveling moet wel een aanbeveling blijven binnen dit creatieve beroep, geen instructie. Daarom heb ik me op bepaalde vlakken meer terug gehouden, ook al voelde ik me soms ook gedwongen voorbeelden aan te dragen ter verduidelijking van mijn advies.

Ik heb geprobeerd het belang van publieksgerichtheid extra te benadrukken, omdat daar naar mijn mening nog veel te weinig mee wordt gedaan bij 3voor12 Tilburg.

Mijn rol binnen de productie

Ik was aan het begin (maart/april 2019) zelf pas net begonnen naar muziekpodcasts te luisteren, uit interesse in het genre. Dat heeft me geholpen me in te leven in mijn doelgroep, die ook vooral gewend is te schrijven.

Ik heb zelf geen ervaring met podcastsproductie. Meer ervaring en inzicht heb ik door de jaren heen opgedaan in radioproductie en -regie, waaronder een afstudeerstage bij Omroep West het doorlopen van opleidingsprojecten van Fontys Hogeschool Journalistiek.

Ik ben inmiddels radio- en podcastluisteraar.

Mijn researchmethode

Waar ik normaal gesproken ook een gesprek zou plannen met podcastmakers, heb ik er bij deze productie voor gekozen eerst te zoeken naar bestaand materiaal over podcasts, zodat ik eventueel later aanvullingen kon zoeken. Het reeds bestaande materiaal bleek zo toereikend dat een extra gesprek met een deskundige niet relevant zou zijn. In plaats daarvan kon ik beter meer aandacht besteden aan een meer uitgebreide uitwerking dan ik van te voren in gedachte had.

Ik heb gebruik gemaakt van kwaliteitsmedia waarin deskundigen hebben verteld over hun ervaringen. Denk hierbij aan Villa Media, VPRO, De Volkskrant en Reuters. (zie volledige bronnenlijst onderaan)

De andere helft van mijn onderzoek bestaat uit publieksonderzoek, een moeilijke tak van sport.

Ondanks het afraden van docenten heb ik ervoor gekozen dat publieksonderzoek te beginnen met een enquête. Ik ben me tegelijkertijd bewust van de beperkte waarde van dat deel van het onderzoek. Wanneer uiteindelijk maar 33 mensen hebben gereageerd, kun je niet spreken van een representatieve groep. Daar wil ik wel tegenin brengen dat het onderzoek daarmee niet waardeloos is. Zoals ik ook in de productie heb aangegeven, heeft de enquête een verkennende functie. Tientallen podcastluisteraars, die tot onze doelgroep behoren, hebben hun behoeftes en luistergedrag doorgegeven. We kunnen dit onderzoek daarom wel als uitgangspunt nemen bij het bedenken van een concept. Zo lang we in gesprek blijven gaan met ons gehele publiek, om het format verder te verbeteren, zie ik geen bezwaar tegen een kleinschalig vooronderzoek dat ons meer geeft dan een blanco vel om op te schetsen.

De enquête is verspreid op de Facebookpagina van 3voor12 Tilburg, mijn eigen Facebookpagina, gedeeld door vrienden en terecht gekomen op de Roept U Maar Studenten-Facebookpagina, waarin studenten journalistiek elkaar helpen met het vinden van bronnen.

In de inleiding en wervingstekst van de enquête staat duidelijk aangegeven dat die alleen dient te worden ingevuld door muziekliefhebbers die geïnteresseerd zijn in podcasts en een 3voor12 podcast in potentie zouden willen beluisteren. Onder de respondenten is een waardebon van Sounds Tilburg verloot, t.w.v. 20 euro, als beloning voor het invullen en om de lokale aard van ons medium te benadrukken.

Al met al kan ik niet garanderen dat iedere respondent echt open zou staan voor een 3voor12 Tilburg-podcast, maar iedere respondent heeft dat wel aangegeven in de enquête.

Om meer inzicht te krijgen in de behoefte van potentiële luisteraars heb ik drie mensen, uit een groep respondenten die daarvoor open stond, uitgebreid, telefonisch geïnterviewd. Die gesprekken duurde langer dan een half uur. Zodoende heb ik een selectie moeten maken van hun antwoorden. Binnen mijn planning en productieplan kon ik niet meer mensen interviewen. Daar staat tegenover dat de respondenten volledig waren in hun antwoorden en specifieke, bruikbare informatie hebben gegeven over hun voorkeuren.

Vorm

Ik had een geschreven productie voor ogen dat ik in drie tot drie delen uit elkaar zou zetten, te weten:

  1. Een introductie voor het maken van een podcast
  2. Een publieksonderzoek
  3. Een analyse van drie succesvolle muziekpodcasts

Uiteindelijk heb ik c in a verwerkt en ben ik uitgekomen op de indeling:

  1. Een introductie voor het maken van een podcast
  2. Een publieksonderzoek
  3. Een aanbeveling

Het geheel is verwerkt printpaar document, met ook een inhoudsopgave, samenvatting en bronnenlijst. Een soort rapport dus. Zo kan het makkelijker worden bewaard in de 3voor12 Tilburg Slackgroep.

De reden dat ik van mijn geplande vorm ben afgeweken is dat ik steeds meer merkte dat ik binnen mijn planning te weinig rekening had gehouden met het belang van een meer volledige aanpak van de eerste twee onderzoeksvragen. In andere woorden: ik mijn aanbeveling beter onderbouwen door meer onderzoeksmateriaal toe te voegen.

Bronnenlijst

(2005) Listening To Podcasts. In: Podcast Solutions. Apress

https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-1-4302-0054-3_2#citeas

3voor12 faq. Geraadpleegd op 6 mei 2019, van https://3voor12.vpro.nl/service/overzicht/faq.html

3voor12 Tilburg infopagina. Facebook. Geraadpleegd op 6 mei 2019, van https://www.facebook.com/pg/3voor12tilburg/about/?ref=page_internal

Aalberts, N. (2019, 24 maart) Eindredacteur 3voor12. Localdag. Persoonlijk gesprek.

Beekmans, I. (2019, 25 februari) Als journalist een relatie opbouwen met het publiek? Twee manieren om dat te doen. Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Geraadpleegd op 18 mei 2019, van https://www.svdj.nl/nieuws/journalist-relatie-publiek/

Boon, L. (2014, 4 juni) Overdag is radio behang, ’s nachts is het een dorp. NRC.nl. Geraadpleegd op 6 mei 2019, van

https://www.nrc.nl/nieuws/2014/06/04/overdag-is-radio-behang-s-nachts-is-het-een-dorp-1384772-a584329

Hoebée, D. (2019, 30 januari) Podcast maken: tips voor opname-apparatuur. Bax Music. Geraadpleegd op 23 april 2019, van https://www.bax-shop.nl/blog/studio-recording/podcast-maken-tips-voor-opname-apparatuur/

Hoebée, D. (2018, 12 oktober) Wat is een podcast? Bax Music. Geraadpleegd op 23 april 2019, van https://www.bax-shop.nl/blog/studio-recording/wat-is-een-podcast/

Hoorn, P. van der (2018, 23 augustus) Is jouw idee een goed product? Snel testen in 4 fasen. Frankwatching. Geraadpleegd op 30 april 2019, van https://www.frankwatching.com/archive/2018/08/23/is-jouw-idee-een-goed-product-snel-testen-in-4-fasen/

Looijestijn, E. (2016, 19 juli) Podcasten kun je leren VPRO Podcast. Geraadpleegd op 23 april 2019, van https://www.vpro.nl/podcasts/lees/2016/zelf-podcasten.html

Mirck, J. (2019, 3 april) Ruim 2 miljoen Nederlanders luisteren podcasts. Marketing Tribune. Geraadpleegd op 9 mei 2019, van https://www.marketingtribune.nl/media/nieuws/2019/04/ruim-2-miljoen-nederlanders-luisteren-naar-podcasts/index.xml

Morskate, M. (2019, 5 april) Zorg dat het spontaan klinkt – en andere lessen van de podcastmakers van de Volkskrant. De Volkskrant. Geraadpleegd op 23 april 2019, van https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/zorg-dat-het-spontaan-klinkt-en-andere-lessen-van-de-podcastmakers-van-de-volkskrant~b260b06e/

Newman, N. (2019, 30 april) Alexa, how can publishers monetize content on smart speakers? Reuters Community. Geraadpleegd op 18 mei 2019, van

Onbekend. Podcast. Wikipedia. Geraadpleegd op 6 mei 2019, van https://nl.wikipedia.org/wiki/Podcast

Podcast factory (2016, 16 juni) Wat is een podcast? Podcast factory. Geraadpleegd op 23 april 2019, van https://podcastfactory.nl/wat-is-een-podcast/

Podcast factory (2015, 14 september) 29 Podcast tips voor een top podcast. Podcast factory. Geraadpleegd op 23 april 2019, van https://podcastfactory.nl/29-podcast-tips-top-podcast/

Ruiter, P de. (2018, 26 februari) Een bliksemcursus podcast maken door Peter de Ruiter. Villamedia. Geraadpleegd op 23 april 2019, van https://www.villamedia.nl/artikel/Bliksemcursus-podcast-maken

Spotify podcast instructie. Geraadpleegd op 9 mei 2019, van https://podcasters.spotify.com/

Afbeeldingen: Pixabay; Angelo Diordano via Pixabay (CC)

De lange adem

kansen van een beginnend popjournalist

Sinds enkele jaren heb ik de droom popjournalist te worden. Niet één ervaringsdeskundige kon me een positief vooruitzicht geven. Daarom ben ik op onderzoek uit gegaan om uit te vinden waar mijn kansen liggen als ik het toch zou proberen. ‘Oudere redacteuren gaan op een gegeven moment ook met pensioen.’

Ik wilde popjournalist worden. Voor mij was dat een logische stap. Het is de zomer van 2016 en ik zit op een terras in Tilburg, met de hoofdredacteur van 3voor12 Tilburg, Bas van Duren. Mijn hobbys bestaan uit platen verzamelen tot mijn kast bijna bezwijkt, gitaar spelen, muzieknieuws volgen en concerten bezoeken. Als ik het geld ervoor zou hebben zou ik iedere week wel bij een podium staan. Ik zoek ook het liefste alles uit over mijn favoriete artiesten, tot making-offs van obscure jaren 70-albums aan toe. Het beroep van popjournalist lijkt een logisch stap voor mij. Bij 3voor12 lokaal zou ik goed kunnen kunnen beginnen aan zo’n carrière. Ik krijg er geen cent, maar daar gaat het niet om. De lokale afdeling van het landelijke muziekplatform van de VPRO is de ideale plek voor ervaring en ontwikkeling van eventueel talent. Wie weet wat voor moois me daarna te wachten staat…

Vandaar het terras met daarop Bas van Duren en ik. We maken kennis. Ik vraag hem voorzichtig: stel ik wil aan de slag als popjournalist, hoeveel kans maak ik dan eigenlijk?’ Ik weet nog goed wat hij antwoordde: ‘Er is geen droog brood in te verdienen’ en ‘We kunnen niet allemaal Atze de Vrieze zijn’. 

Toch ben ik het gaan doen. Maandelijks hield ik mezelf eraan een stukje te schrijven voor de site. Dat kon een concertrecensie zijn, een nieuwsbericht of een lang interview. Ik heb er een aardig portfolio mee opgebouwd. Toch raakte ook ik mijn geloof in een stap naar het beroepsveld kwijt. Ten eerste omdat mijn beeld na mijn sollicitatie bij 3voor12 Tilburg zo negatief was bijgesteld, maar ook omdat ik niet genoeg kansen zag en me op die manier moeilijk kon optrekken aan een haalbaar doel.

Ik begon minder vaak te schrijven voor 3voor12 en legde mij meer toe op andere journalistiek. Zelfs als ik alleen maar stage wilde lopen bij een muziekblad was er geen plek – iemand was me altijd voor. Een studievriend werkte bovendien keihard voor muziekkrant Oor, maar krijgt nog steeds maar heel soms betaald, terwijl hij meer ervaring heeft dan ik en alles goed doet. Ook Bas van Duren kan uit eigen hand vertellen hoe hij niet fulltime popjournalist is geworden, ook al kent hij iedereen in het wereldje. Hij verdient zijn inkomen als copywriter, verslaggever en dj.

Het is natuurlijk ook lastig om een Atze de Vrieze te worden. Toen NRC-journalist Kasper Jansen tien jaar geleden aankondigde na 30 jaar te stoppen als klassieke muziekrecensent, zette hij haarfijn een recensentenprofiel uiteen:

‘Zowel de rol van de professionele kunstminnaar die lof en waardering uitdeelt, als van de kunstpolitie die zich bezighoudt met voortdurende kwaliteitscontrole, legt uitzonderlijke verplichtingen op. De krantenlezer wil goed en degelijk worden geïnformeerd. Kennis, ervaring, een gefundeerd en genuanceerd oordeel, bovendien consistent en consciëntieus, zijn daarvoor vereist. Ik mag hopen dat ik daarin meestentijds ben geslaagd.’

Ik moet me dus continu onderscheiden van de enthousiaste amateur en 24/7 met (een deel van) mijn gedachten met het vak bezig zijn Ik moet actuele kennis en inzichten blijven vergaren om creatieve journalistieke ideeën de kans te geven te ontkiemen. Maar dat geeft nog geen enkele garantie voor een baan als popjournalist.

Onmisbaar

Het werkdomein van de popjournalist is namelijk niet uitnodigend. Net als bij andere traditionele journalistiek is er minder budget dan vroeger. Grote titels worstelen met de uitdaging om in een wereld waar zo veel informatie gratis is, hun lezer toch te laten betalen voor (geschreven) journalistieke content. UvA-alumnus Milou Bats, die een onderzoek deed in 2013 en 2014, schreef dat lezers steeds minder bereid zijn te betalen voor popjournalistiek, omdat al zo veel informatie gratis online te vinden is.

‘Popjournalistiek is een uitstervend beroep’, stelt recensent bij Oor, muziekproducer en schrijver Jan van der Plas. ‘Ik schrijf nog steeds stukjes voor Oor, maar dat is niet rendabel, ook niet voor mij. Het werk valt nog net niet in de categorie van hobbyist.’

‘De journalistiek op zich is al een moeilijk landschap. Kunst- en muziekjournalistiek is een nog moeilijker onderdeel daarvan,’ vindt Erwin Blom, als voormalig hoofdDigitaal van de VPRO medeoprichter van 3voor12, nu ondernemer. ‘Ik ben ook opgeleid tot journalist. We hebben gekozen voor een nice-to-have-beroep: we zijn niet onmisbaar, zoals bijvoorbeeld een loodgieter dat wel is. Er zijn natuurlijk takken van journalistiek die het goed doen, maar dat is omdat mensen zich hebben gerealiseerd dat goede journalistiek moet blijven bestaan, om de macht tegenwicht te bieden. Wanneer het slecht gaat met de wereld, gaat het goed met die journalistieke titels.’ ‘We zijn niet economisch relevant’, voegt Van der Plas toe.

Van de grote namen in de popjournalistiek is weinig over ten opzichte van de hoogtijdagen, van de jaren 70 en -80 van de 20ste eeuw, toen een muziekblad een lijfblad kon zijn voor heel veel mensen, zoals journalistiek-alumnus Rick van Veluw beschrijft in zijn scriptie over Oor, in 2013. De enige grote Nederlandse ‘publiekstijdschriften’ (geen vak- hobby- of nichemuziekbladen) zijn Oor en Lust for Life. Die hebben een oplage van respectievelijk 21.000 en 26.500. Andere bladen leggen zich meer toe op niches. Zo is Gonzo (circus) een blad voor Nederlandse en Vlaamse alternatieve cultuurliefhebbers, richt Heaven zich meer op jazz en wereldmuziek, is Music Maker het ‘lijfblad voor muzikanten’ en Soundz het blad voor ‘de échte muziekliefhebber.’ Zo zijn er meer nichebladen en lang niet alle bladen komen maandelijks uit. Oor en Lust for Life zijn wel nog steeds maandbladen.

Made with Visme Infographic Maker

Oor had in zijn vierde bestaansjaar (1974) een al een veel grotere oplage van 40.000, waarvan in 2010 nog maar 15.271 over zou zijn geweest (Bats, 2014). Dat is nu dus 21.000, aldus marketing & saleschef Hans Christenhuis in een mailwisseling. Daarbij komt wel een aanzienlijk aantal online bezoekers van tussen de 100.000 en 150.000 per maand, aldus Christenhuis, ondanks de recent opgeworpen betaalmuur. Oor verstrekt dan ook naast het blad nog digital only abonnementen.

Lust for Life heeft een oplage van 26.000. Online vangt het blad volgens redacteur Dominique van der Geld 30.000 tot 40.000 bezoekers per maand.

Made with Visme Infographic Maker

Nu gaat het überhaupt slechter dan ooit met papieren magazines. Zo schrijft Piet Bakker over tijdschriften die worden gemonitord door NOM dat ‘de laatste zeven jaar een gemiddeld verlies van 7 procent wordt genoteerd. Sinds 2000 is bij deze segmenten de oplage gehalveerd.’ (Muziekbladen zijn helaas niet aangesloten bij NOM, die oplagecijfers checkt en publiceert.)

(Betaalde printoplage (x 1000) van acht segmenten tijdschriften, 2000 – 2017. Bron: NOM Printmonitor en HOI-online via SvdJ.nl)

NRC en De Volkskrant schrijven nog wekelijks pagina’s vol met recensies, interviews en reportages. Helaas is er nauwelijks plek voor vaste aanstelling van nieuw popjournalistiek talent. Na zelf een succesvolle stage bij cultuurkatern V te hebben afgerond was er ook voor mij geen plek op de redactie, hoewel ik altijd ideeën voor artikelen kan aanbieden. Wie de credits erop natrekt ziet ook steeds dezelfde namen langskomen op de muziekredactie: Robert van Gijsel, Gijsbert Kamer en Menno Pot waarvan de eerste twee het meest publiceren. De Persgroep, uitgever van De Volkskrant, versobert ook nog eens jaar na jaar de arbeidspositie van journalisten, niet perse bij de cultuurredactie, maar redactiebreed. Wie wordt bijvoorbeeld nog vast aangenomen en krijgen journalisten wel een redelijke vergoeding? Volgens Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing valt dat vies tegen.

Boot gemist

Online werken eigenlijk nog de meeste ‘popjournalisten’. Het internet is het terrein van gratis blogs geweest (Bads, 2014) en gevestigde titels hebben daar ‘de boot gemist’, is Jan van der Plas het met me eens. De cijfers laten zien dat ook betaalde bladen wel online worden bekeken, maar blogs als Never Mind The Hype (voor heavy muziek), Festileaks (festivalnieuws), Metalfan (voor nog zwaardere heavy muziek) en The Daily Indie (indiemuziek) bieden gratis uitgebreide artikelen en zijn dikwijls hypergespecialiseerd in bepaalde muziekstromingen.

Wanneer ik navraag doe bij The Daily Indie, vertelt oprichter en hoofdredacteur Ricardo Jupijn me dat zijn blog op maar één betaalde kracht draait en dat is hijzelf. Het overgrote deel van de artikelen en video’s komt van meer dan vijftig vrijwilligers. The Daily Indie heeft in bijna negen jaar wel een trouw aantal bezoekers van 20.000 vergaard en zou best goed kunnen staan op mijn cv, maar dan nog is ook die site een voorstation voor betaald werk.

Jupijn zegt wel te waken voor amateurisme, ook al is het lastig feedback te blijven geven bij zo’n grote groep. ‘Wij werken met mensen die het lokale niveau zijn overstegen, maar nog niet professioneel werken. Sommige mensen werken wel als professional, maar willen daarnaast ook kunnen schrijven over wat ze echt interesseert en kunnen dan bij ons terecht.’

Patrick Lamberts, freelance schrijver voor onder andere Musicmaker, Aardschok, Gitarist en Lust For Life kijkt regelmatig op de blogs van fanatieke metalfans, uit interesse en om interviews te lezen of te kijken hoe bepaalde platen zijn besproken. ‘De kwaliteit verschilt wel per blog en zelfs per schrijver. Dat geldt niet alleen voor metalblogs, maar voor blogs en magazines in het algemeen. Sommige metalblogs specialiseren zich en doen dat hartstikke goed. Ik zie dit soort sites echter niet per se als een bedreiging, eerder als een aanvulling, want Aardschok krijgt als sterk merk en gevestigde naam bijvoorbeeld vooralsnog eerder de echt grote namen aangeboden om interviews mee te doen. Uiteindelijk is de lezer de winnaar, want die kan kiezen. Ik merk wel dat er veel doorstroom is bij bloggers. Die stoppen op een gegeven moment, waarschijnlijk omdat ze er niets mee verdienen en ze hun tijd liever aan andere zaken besteden. Soms moeten blogs zelfs helemaal de stekker eruit trekken, omdat de inspanning niet meer opweegt tegen de positieve factoren.’

Een voorbeeld van een blog dat het niet heeft gered is het Britse Drowned In Sound, dat dit jaar financieel over de kop ging. DiS bestaat al sinds 2000.

De redactie beloofde begin april een meer uitgebreid statement te publiceren, maar heeft dat nog niet gedaan. Erik Blom ziet het als nog een voorbeeld  van de moeite die muziekmedia hebben om genoeg vrijwillige bijdrages te generen en voldoende te verdienen met advertenties.

 ‘Met advertenties verdien je alleen wanneer je iets maakt om de massa te bereiken’, verklaart Erwin Blom. ‘Bij een kleine blog levert het niets op en daar frustreer je je massa eigenlijk alleen maar mee. Advertenties zijn verdomd lastig.’

Lamberts ziet dat specialisme toch ook aantrekkelijk kan zijn voor adverteerders. Het kan dus ook anders uitpakken. ‘Magazines als Musicmaker, Gitarist en Slagwerkkrant trekken wel adverteerders, vanwege hun specialistische inhoud’, aldus de insider. ‘Ze plaatsen instrumenttesten en nieuws over gear (instrumenten en ander materiaal waar muzikanten mee werken, red.) en dat is interessant voor adverteerders. Ook Aardschok, Lust For Life en Oor moeten het grotendeels van advertenties hebben en zelfs sommige blogs krijgen (een deel van hun) inkomsten uit ads en banners.’

Opgedroogd

De arbeidsmarkt is voor popjournalisten duidelijk niet de fabriekshal van Willy Wonka, waar banen als lolly’s aan de bomen hangen en je kunt zwemmen in een chocoladerivier van vergoedingen, laat staan erin kunt verzuipen. Die rivier lijkt eerder te zijn opgedroogd. Consumenten hebben bovendien hun een openbare chocoladefabriek gevonden: die van vrije informatiegaring. Grote merken zijn het monopolie op informatie kwijt en zijn daar te laat achter zijn gekomen.

Jan van der Plas (freelancer) ziet de allergrootste verandering terug in de muziekindustrie. ‘Platenmaatschappijen investeerden flink in artiesten en verdienden veel aan albumverkoop. Nu verdienen de maatschappijen een fractie van wat ze in de jaren ‘90 hadden aan inkomsten. Waar een popjournalist op kosten van een platenmaatschappij kon overkomen voor een interview, zet de artiest zelf alles wel op Instagram.’

Illustratie door: Mathijs van Eeten

Is de popjournalist overbodig geworden? Op het moment heeft de journalistiek in ieder geval nog geen zeker antwoord op gratis concurrentie. Musicmaker is begonnen met video’s op YouTube, die ze relatief goedkoop kunnen produceren in cultuurbroedplaats Q-Factory. Hun video’s, onder de noemer Aquarium Sessions, bevatten concerten en interviews. Mogelijk geeft het ze nog meer naamsbekendheid voor het betaalde blad bij een nieuwe groep mensen. Oor biedt ‘clubleden’ al lange tijd extra’s aan, zoals gratis concerten, en is nu ook volledig achter een betaalmuur verdwenen. ‘Ik vraag me in dat opzicht af of het een goede keuze is geweest’, stelt Dominique van der Geld, redacteur bij Lust for Life. ‘De tijd moet het uitwijzen.’

Fulltime

Wanneer ik een rondje maak langs popjournalisten, bevestigen die dat fulltime functies dan ook zelden tot nooit meer worden aangeboden op hun redacties. Patrick Lamberts (o.a. Musicmaker en Aardschok) zegt zelf fulltime met het vak bezig te zijn, maar dus niet voor één vaste titel. Musicmaker, een van zijn belangrijkste opdrachtgevers, neemt voorlopig ook geen vaste redacteuren meer aan. Het basisteam van Musicmaker bestaat op dit moment uit hoofdredacteur André Dodde en freelancers Patrick Lamberts, Tommy Ebben en Chris Dekker. Daarnaast wordt er met een team aanvullende freelancers gewerkt (zowel fotografen als schrijvers met specifieke kennis van bijvoorbeeld muziekinstrumenten).

Dominique van der Geld (Lust For Life) werkt ook fulltime, maar geeft toe dat hij een van de weinigen is en er geen plek is voor meer redactiekrachten die dat ook wel zouden willen. ‘We zijn een klein team, met veel freelancers. Er werken maar zes mensen op de redactie, op de drukste dag. Fulltime werk vinden is heel erg lastig in de popjournalistiek. Patrick Lamberts en ik zijn zo’n beetje de enigen van onze leeftijd (onder de 40 jaar, red.) die dat nog kunnen doen.’

Oor, dat wegens een vol werkschema niet bereikbaar was voor commentaar, werkt weliswaar met een groot team aan verslaggevers en recensenten, maar wie het tijdschrift doorbladert, ziet meestal vaste krachten Tim Veerwater en Koen Poolman als auteur bij de grotere producties vermeld staan.

Erwin Blom vat de doorstroom treffend samen: ‘Ik ben 58 en heb lange tijd in de muziek gezeten. De mensen die er zaten toen ik begon, werken er nu nog steeds. Ze zijn allemaal ongeveer even oud als ik en blijven kennelijk zitten tot ze weg moeten en niet eerder. Op krantenredacties en bij bladen als Oor komt niet eerder plek vrij.’

Qua volume is 3voor12 de grootste speler op de popjournalistieke markt. De redactie van 3voor12 landelijk draait op 15 á 17 redacteuren, die werken voor televisie, radio en internet. De bezoekersaantallen op de site zijn ‘alleen voor intern gebruik’, zegt Niels Aalberts, maar ‘stabiel’. Bovendien is ‘impact’ volgens hem belangrijker, wat doet vermoeden dat de lezersaantallen niet zo hoog zijn, maar de naamsbekendheid en merkwaarde het goed doen. Aalberts en zijn collega’s verraste me begin van deze lente positief door een vacature te publiceren, voor junior internetredacteur, 36 uur in de week. Ik heb meteen gereageerd.

3voor12 heeft een uitzonderingspositie ten opzichte van andere muziekmedia, omdat het, als onderdeel van de VPRO, draait op publiek geld. ‘In zekere zin is dat marktvervalsing’, vindt Jan van der Plas. 

Zelf schrijft eindredacteur Niels Aalberts per mail het volgende: ‘Budgetten staan voor de NPO, en dus ook voor 3voor12, altijd onder druk, maar de afgelopen jaren hebben we de landelijke redactie, onze output, de hoeveelheid content, het aantal redactieleden en onze verslaggeving op peil weten te houden. (…) Doordat we altijd afhankelijk zijn van het beleid in Den Haag is het heel lastig om mensen vaste contracten te bieden. Bij nieuwe verkiezingen kan het in 4 jaar namelijk allemaal weer anders worden.’

Ik zou dit essay natuurlijk hier al kunnen afronden als ik zou zijn aangenomen door 3voor12. Mijn evaluatie zou zijn: ik kan me onderscheiden met drie jaar parttime journalistieke ervaring in een lokale scene, een aardige dosis taalvaardigheid en de juiste vierdejaars stage, waarin ik twee handen vol mooie artikelen heb kunnen toevoegen aan mijn portfolio. Ik besteedde natuurlijk ook aandacht aan mijn cv en motivatiebrief, waarin ik origineel en sterk hoopte over te komen.

Maar iemand anders bleek geschikter te zijn. Aalberts in een andere mail: ‘We vonden het een goed gesprek (het gemiddelde niveau was sowieso hoog) en we wensen je veel succes bij toekomstige sollicitaties en het vinden van een leuke (nieuwe) baan’.

Hoge lat

De lat in de functieomschrijving van de 3voor12-vacature lag dan ook hoog. Als persoon zou ik de nieuwste muziek ‘verslinden’ in ieder genre, als collega ‘prettig’ zijn in de omgang, mijn ideeën zouden ‘origineel’ en ‘prikkelend’ zijn, bij nieuws zou ik ‘pijlsnel’ reageren en ik zou binnenkomen met ‘een bestaand netwerk’ en dat verder komen uitbreiden.

Het is logisch dat een groot medium als 3voor12 een goede journalist op een begeerde functie wil hebben zitten. Het valt te verwachten dat ze niet hopen dat één persoon al dit soort eigenschappen heeft, maar het geeft ook een goed beeld van de hoge eisen die journalistieke bedrijven stellen aan beginnende journalisten. Want moet je niet als een soort super-student en semiprofessionele muziekexpert uitstromen om nog op te vallen in de popjournalistiek? Het lijkt vaak een ratrace.

Opvallen tijdens een stage – waar je eigenlijk vooral komt om te leren, vind ik – lijkt dan de beste overgebleven optie. Dominique van der Geld, redacteur bij Lust for Life: ‘Laatst is een voormalig stagiair aangenomen die een dag in de week op de redactie zit. Vooral stagiaires komen nieuw binnen als freelancer. Daar staan we altijd wel voor open.’

Maar ook daar is de redactie nu wel bezet. ‘Ik denk dat we bij Lust for Life nu ook niets meer kunnen bieden aan iemand. Toch blijft de roulatie bestaan. Ik kon doorschuiven toen onze vorige hoofdredacteur opstapte en ook oudere redacteuren gaan op een gegeven moment met pensioen.’

‘Dat moet je niet doen’

Voor Patrick Lamberts (35) zag het arbeidsmarktperspectief er ruim tien jaar geleden evengoed slecht uit. ‘Toen zeiden docenten van de opleiding Journalistiek al: “Dat kun je beter niet doen, daar kun je je brood niet mee verdienen.” Ik dacht: ik zie wel.’ Lamberts vertelt me in zijn woonplaats Haarlem hoe hij binnenkwam bij Musicmaker, het lijfblad voor muzikanten, waar hij nu nog steeds werkt. ‘Ik wilde eigenlijk stage lopen bij Oor, maar daar was geen plek, net als bij Lust For Life. Daar wisten ze me wel te vertellen over Musicmaker, die destijds nog bij dezelfde uitgever zaten: Music Maker Media Group. Het werk daar beviel zo goed van beide kanten, dat ik ben gebleven.’

 ‘Ik heb geprobeerd mezelf onmisbaar te maken’, gaat Lamberts verder. ‘Ik deed interviews, schreef nieuwtjes en werkte ondertussen nog aan mijn master journalistiek. Ik kan me vooral herinneren dat ik heel weinig heb geslapen, haha. Dat is mijn investering geweest; ik ben er vol voor gegaan.’

Volgens Lamberts is er geen formule voor zulk succes. ‘Dat is voor iedereen anders en je moet ook een beetje geluk hebben. Maar het voornaamste is – naast gewoon goed je werk uitvoeren – dat je bereid bent om heel veel tijd te investeren. Je hebt dus een lange adem nodig.’ Zelf heeft hij veel gehad aan zijn brede interesse, ook voor bepaalde, soms obscure genres en niches. ‘Ik schrijf bij Aardschok voornamelijk over progressieve metal of metalcore, niet iedereen staat daar om te springen. Bij Musicmaker is het juist weer goed om breed georiënteerd te zijn. Daarbij is inlevingsvermogen en algemene interesse ook heel belangrijk. En je moet altijd goed weten wie je doelgroep is en wat die wil.’

Dominique van der Geld had veel aan zijn kennis van classic rock. Met specialisme, creativiteit, lef en een eigen – foutloze – schrijfstijl heb je volgens de redacteur ‘een streepje voor’. ‘Ik was al jaren voordat ik bij Lust for Life begon bezig met ‘oude helden’. Als het bijvoorbeeld over een bepaalde periode van Neil Young ging, wist ik precies wie ik voor mijn stuk moest spreken.’

Gek genoeg kan Van der Geld zich juist onderscheiden met uitgebreide kennis van een genre waarvan je al een claim zou verwachten van alle oudgedienden, maar juist eigentijdse genres krijgen al genoeg aandacht, volgens de redacteur. ‘Stagiairs weten vaak veel van indie. Een overschot van mensen is daarin gespecialiseerd. Dat maakt het heel lastig om je daarmee nog te onderscheiden.’ Lust for Life zou best een blues-expert kunnen gebruiken, volgens Van der Geld.

Ze geven me zo toch hoop. Ik heb altijd maar aangenomen dat ik met mijn eigen interesse in en kennis van classic rock de zoveelste vis in de vijver zou zijn, maar ik zou me met die kennis toch gewoon kunnen onderscheiden, in potentie zelfs bij een classic-rock-tijdschrift.

Markt

Maar misschien moet ik me helemaal niet focussen op bestaande muziekmedia. ‘Veel mensen die goed kunnen interviewen, hebben werk gevonden als pr-man of -vrouw. Anderen zijn te zien op Youtube of elders’, geeft Jan van der Plas als voorbeeld. ‘Als je heel veel mensen weet te bereiken, met een bepaalde muzieksmaak, in een specifiek genre, dan word je interessant voor een mediabedrijf. Dat ziet dan markt in je doelgroep en in jou een interessante werknemer, er vanuit gaande dat je blijft twitteren en instagrammen. Het draait om aandacht: daar ligt je kans.’

Een ‘nieuwe’ manier van publiceren, daar komt het op neer. ‘Zorg dat je thuis bent in een nieuw genre, wordt opinieleider en schaal eventueel op door in het Engels te publiceren’, stelt Van der Plas.

Een voorbeeld van iemand die het zelf is gaan doen is Ricardo Jupijn. De (eerder genoemde) journalist en gitarist (van indieband Anemone) startte negen jaar geleden een blog genaamd The Daily Indie, eigenlijk omdat de bestaande popjournalistiek niet bracht waar hij naar op zoek was. Nog te veel muzikaal talent bleef onder de radar en wat Jupijn betreft hadden sommige journalistieke genres hun tijd wel gehad. ‘Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in willekeurige recensies van 150 woorden, waarin zo weinig wordt gezegd. Als muziek niet de moeite waard is, zou The Daily Indie er niet over beginnen. Veel dingen kun je als lezer zelf wel uitzoeken.  Ik wil lezen over muziek die de moeite waard is en als journalist dingen duiden.’

Illustratie door: Mathijs van Eeten

Jupijn werkte in het begin parttime aan zijn blog, dat langzaam groeide. De afgelopen jaren is The Daily Indie wel een gevestigde naam geworden, met zo’n 20.000 unieke bezoekers per maand en artikelen van ruim 50 vrijwillige redacteuren. Zelf kan hij net rondkomen van de advertentie-inkomsten en samenwerkingen met partijen in de muziekbranche, bijvoorbeeld festivals. Met zijn merknaam trekt hij goede muziekredacteuren, die hij de ruimte geeft om te schrijven over indie-artiesten die ze belangrijk vinden. Redacteuren en producenten blijven er vaak lang hangen, volgens Jupijn.

Als ik zelf een The Daily Indie zou willen, ben ik zo vijf jaar verder voor ik er genoeg mee verdien, als ik al even succesvol zou zijn als Jupijn. Zijn blog ziet er goed uit en zijn netwerk zal inmiddels prima in orde zijn.

Onafhankelijk

Het enige dat me stoort bij The Daily Indie en blogs in het algemeen, is de toon. Bij The Daily Indie is het mooi dat jong muzikaal talent het podium krijgt dat het anders niet zou krijgen, maar hoe onafhankelijk ben je bijvoorbeeld wanneer je negatieve gedachtes in een artikel bij voorbaat onvermeld laat? Natuurlijk moet je respectvol zijn naar hardwerkende artiesten, maar als de liefde voor muziek je kritische blik vertroebelt, ben je dan nog wel journalist of toch vooral blogger? Veel verhalen en interviews zijn mooi, maar ik weet niet of ik voor zulke ‘zachte’ journalistiek zou kiezen. Bij andere blogs kan het voorkomen dat de toon juist heel hard is. Misschien zou ik zelf geen van beide hoeven doen en hopen dat ik toch genoeg opval met andere kwaliteiten.

Ben ik in ieder geval niet te afhankelijk van de industrie als ik niet voor een medium werk, maar wel geld ontvang uit de industrie? Volgens Erwin Blom valt dat wel mee. ‘Op een biografieschrijver wordt ook niet neergekeken. Hij maakt dan ook geen reclamefolder en moet gewoon een goed verhaal schrijven, maar hij vermeldt ook geen dingen die de hoofdpersoon er niet in wil hebben. En laten we eerlijk zijn, dat gebeurt bij Oor en De Volkskrant natuurlijk ook niet.’ Uit eigen ervaring weet ik dat artiesten en managers niet vies zijn om te onderhandelen over de inhoud van een journalistiek stuk. Ik heb altijd zo min mogelijk willen toegeven, maar soms moet je nou eenmaal afspraken maken. ‘Dat geldt in de journalistiek vaak’, aldus Blom.

Een ander voorbeeld van Blom: ‘Als ik een artiest een jaar lang wil volgen met camera, zegt hij alleen maar ja als hij inspraak heeft in het eindproduct. Mensen geven je alleen maar vertrouwen wanneer je ze vertrouwen teruggeeft. Ook dingen die wij op tv zien zijn niet het hele verhaal.’

Leon Verdonschot maakte in 2018 de documentaire ‘Niet voor het laatst’, waarin hij Rob de Nijs lange tijd volgde rondom de productie van zijn gelijknamige album. Verdonschot vertelde op Radio 1 dat hij met De Nijs wel maar één afspraak maakte: het geluid van de concertregistraties moest goed zijn. Verder had Verdonschot volledige artistieke vrijheid. ‘Ik heb bij de documentaire die ik voor de Heideroosjes maakte inspraak gegeven vóór publicatie, maar dat doe ik nooit meer’, aldus Verdonschot in dat interview. Helaas is het radio-interview niet online terug te vinden.

Blom geeft als laatste tip: ‘Als je onafhankelijke journalistiek wil bedrijven, heb je de grootste kans geld te verdienen op plekken waar al geld verdiend wordt, anders moet je zelf iets gaan opzetten. Dan moet je echt wat unieks bedenken waar journalisten zelf geen tijd voor hebben.’

Een echte kans zie ik zelf bij een publieksgericht concept. ‘Publiek is heel belangrijk, maar ik zou eerst bij jezelf beginnen’, adviseert Blom. ‘Maak eerst een lijst met gebieden, vormen en genres die je leuk vindt. Ik ben er van overtuigd dat als de liefde ervoor bij jou ervan afspat, dat weer een voorwaarde is dat je het publiek aan je bindt. Je kunt een heel origineel idee bedenken, maar dat wordt alleen goed als je er met je volle kracht in wil gaan en er lol uithaalt. En over drie maanden nog steeds.’

Altijd ruimte

Dat kan ik zeker doen, een eigen concept, of zoals Blom als ander voorbeeld geeft: wanneer je toch op vakantie bent op een interessante plek, maak daar dan meteen producties, wanneer mogelijk. Toch stapelen onzekerheden zich op, ook bij dit soort voorbeelden. Dat wil niet zeggen dat er geen kansen zijn. Zowel Mark Moorman (chef Kunst) als Chris Buur (chef V) van de Volkskrant zeiden aan het einde van mijn stage: ‘Voor goede ideeën is altijd ruimte.’ Ik moet zelf dat initiatief nemen. Een voor de hand liggende eigenschap van een journalist, die zelfstandigheid en vindingrijkheid nodig heeft om zijn vak goed uit te oefenen. Probeer je maar eens een journalist voor te stellen die de hele dag wacht tot zijn baas hem belt, om precies te doen wat hem wordt opgedragen…

Wat ik mezelf, als beginner, afvraag is: durf ik genoeg risico te nemen om er een blanco schetsblok bij te pakken en met bijna niets als startpunt te gaan experimenteren en ondernemen? Wanneer straks mijn studie ophoudt, zal ik ook gewoon genoeg moeten blijven verdienen, in welk beroepsveld dan ook, om mezelf te kunnen onderhouden. Ik heb dan wel geen gezin of hypotheek, maar ik zit ook niet te wachten op meer schuld bovenop mijn studieschuld, of een inconsistente inkomstenstroom. Ik realiseer me dat ik eigenlijk nooit écht heb leren ondernemen tijdens mijn opleiding.

Nu liggen in de gehele journalistieke branche de banen niet voor het oprapen. Nick Kivits in Villamedia: ‘Ondanks een scherpe daling is de werkloosheid onder journalisten nog altijd hoger dan in veel andere branches.’ Niet alle cao’s zijn even voordelig: ‘Het bruto maandinkomen [ligt] laag (2020 euro) en slechts 34 procent van de studenten [journalistiek is] blij met hun startpositie. De HBO Keuzegids beoordeelt de baankansen voor jonge journalisten tot 2022 nog altijd als slecht.’ Dus ik verwacht niet even ergens in de journalistiek mijn inkomen te verdienen en verder alle tijd te hebben voor mezelf.

Ik zie het juist wel als heel belangrijk om een sterke, veilige basis te hebben, waaruit ik inderdaad nieuwe, spannende en mooie dingen kan gaan uitproberen. Als je dan risico neemt, mág je mislukken. Misschien ben ik daarin ouderwets of verwend, maar ieder mens verdient toch een goede start op de arbeidsmarkt, ook een journalist?

Erwin Blom zegt: ‘Als je geen risico’s neemt, gebeurt er ook niets onverwachts’, en de andere popjournalisten die ik heb gesproken hebben aangetoond dat er ook uitzonderingen zijn op de regel dat de markt voor popjournalisten potdicht zit. In mijn hart zal ik ook altijd popjournalist blijven, of in ieder geval toch muziekliefhebber.

Mijn interesse zal altijd uit gaan naar de wereld van de muziek, hopelijk tot in de diepste, nog bijna onbeschreven krochten. Ik wil me heel graag verder ontwikkelen als journalist, dus wanneer ik in die krochten beland en wanneer zich daar een kans aandient, zal ik de vaardigheden van een zelfverzekerde journalist kunnen hebben, plus de kennis van een oprecht geïnteresseerde specialist. Of ik dan rijk ben of net niet te arm, of wat mijn gehalte van zekerheid ook is (hopelijk ben ik gezond): dan ben ik klaar voor de markt van popjournalisten. Maar ik ga eerst op zoek naar een meer zekere basis.

Ga voor diepgang

Aanbeveling

Zoals beloofd sluit ik dit onderzoek af met een aanbeveling. Natuurlijk hebben we nog geen sleutel voor succes in handen en bestaat er geen succesformule voor “de podcast”. Toch kunnen we verder bouwen op een paar feitjes.

Daarom beveel ik aan om als eerste een redelijk tijdloze podcastserie te gaan maken over Tilburg als muziekstad. De potentiële luisteraars in ons onderzoek vinden het duidelijk fijn om in één dag meerdere podcasts te kunnen beluisteren. Daarom kunnen we ervoor kiezen de eerste drie afleveringen in één keer te publiceren.

Het is essentieel dat we daarover weer feedback vragen van onze doelgroep. Afgaande op wat andere podcastmakers hebben gedaan, moeten we na zo’n try-out nog een hoop finetunen binnen ons format. Dat kunnen we in de afleveringen daarna gaan doen, die bij voorkeur maandelijks online komen. Het is belangrijk dat met vaste regelmaat te doen.

De onderwerpen die we behandelen kunnen bijvoorbeeld gaan over vragen als:

  • Hoe is Tilburg een metalstad geworden?
  • Wat gebeurt er bij Hall of Fame?
  • Hoe beïnvloedt de Rockacademie de Tilburgse muziekscene?

Podcastdocumentaires hierover zijn redelijk tijdloos, relevant voor 3voor12 als medium en ook interessant voor mensen buiten Tilburg, omdat deze grote vraagstukken ook deel uit maken van landelijke- of zelfs internationale muziekscenes.

Dat neemt niet weg dat een maandelijkse podcast ook best in kan gaan op de maandelijkse actualiteiten en vraagstukken. Toch beveel ik aan om eerst te beginnen met deze tijdloze documentaires, om het produceren in de vingers te krijgen en rustig te kunnen wennen aan het publicatieritme. We hoeven namelijk niet drie docu’s in drie maanden te maken, maar kunnen wel eisen stellen aan deadlines. Zo kunnen we uitvogelen hoeveel tijd in een productie gaat zitten, voordat we maandelijks een podcast af moeten krijgen.

Binnen een tijdspad gezien zouden we vanaf augustus/september kunnen beginnen met produceren. De beoogde serie kan dan in het najaar online. In het voorjaar van 2020 hebben we tijd om aan onze vaardigheden te werken, zodat we tijdens het festivalseizoen van 2020 klaar zijn voor het maken van een maandelijkse, goed afgestelde podcastformule.

Wat wordt onze formule?

Het leukste zou natuurlijk zijn om vanuit de redactie een formule bedenken. Wat we in ieder geval uit dit onderzoek kunnen halen, is dat onze luisteraar is geïnteresseerd in persoonlijke verhalen, achtergronden, diepgang en een persoonlijke aanpak.

Een goede podcastproductie heeft flink wat voeten in de aarde. Laten we de formule daarom niet nodeloos ingewikkeld maken.

We zouden een formule kunnen bedenken waarin een vast 3voor12-Tilburg presentatieduo een gast uit de muziekscene ontvangt en daarmee een paar actuele onderwerpen bespreekt, die in ieder geval de hele komende maand nog relevant zijn.

Ik zie ook zeker heil in een aantal reportage-elementen. Als onze podcast een audioverslag of diepte-interview zou bevatten, zou dat de aflevering diepgang en variatie kunnen geven.

Als derde en laatste onderdeel zouden we (makkelijk te produceren) festivalen concerttips kunnen toevoegen. In totaal moeten we zo, inclusief discussie met onze gast, aan 45 minuten kunnen komen.

Belangrijk is om onze stijl spontaan en losjes te houden, binnen een tijdsformat dat de luisteraar wat houvast biedt.

Mochten we de podcast in de vingers krijgen, kunnen we alvast gaan kijken naar de toekomst. Nic Newman: ‘Ik denk dat de innovatie zich de komende jaren gaat afspelen rondom stemmen en hoe je nieuwe soorten audio kunt creëren. Niet alleen terugvallend op radio, maar meer gespreksgericht, zoals vragen en antwoorden, korte inhoudsvormen. Het bevragen van gegevens en dat omvormen in echt interessante geluidservaringen.’ Wie durft?

Wie gaat de podcast maken?

Het beste lijkt het me om de podcastproductie in handen te houden van een klein groepje redacteuren, dat tijd en zin heeft de koe bij de horens te vatten. Wie heeft bijvoorbeeld al wat ervaring met het maken van audioproducties? Wie wil dat graag leren? Het vereist namelijk best wat commitment om bijvoorbeeld een jaar lang maandelijks een podcast te produceren. Daar komt ook research en voorproductie bij kijken.

Zoals eerder aangegeven is een goede stem van groot belang. Eén van de presentatoren zou logischerwijs hoofdredacteur Bas van Duren kunnen zijn, ook omdat we hij een vaste factor is binnen ons team. Zolang een vast persoon de podcast host, kan een andere redacteur met een prettige stem eventueel zo nu en dan wisselen met een collega.

Hoe komen we aan luisteraars?

Google heeft inmiddels een functie ontwikkeld om podcasts beter vindbaar te maken. Daarom zou het geen slecht idee zijn onze podcast ook op bij Google Play te publiceren, zodra die functie beschikbaar wordt in Nederland. Wanneer is nog niet bekend.

Een groot deel van de respondenten geeft aan podcasts te luisteren via Spotify. Een podcast verspreiden op Spotify is makkelijk en gratis. Lees daarvoor de FAQ op de site van Spotify.

Dat neemt niet weg dat een platform als Spotify al stikt van de podcasts en het dus een grote uitdaging is daar luisteraars aan te trekken. Daarom is het aan te raden de podcast zo veel mogelijk te promoten op de onze site en vaste kanalen.

Verder is het vooral een kwestie van langzaam een luisterpubliek opbouwen, desnoods door onze podcast(serie) vaak genoeg te promoten op social media. Het zou verstandig zijn daarvoor op meerdere platforms actief te zijn. Onze doelgroep is duidelijk niet erg actief op Facebook. Wellicht kunnen we meer met Instagram, dat ook mogelijkheden biedt voor andere content.

Het zou ook geen slecht idee zijn om postertjes te printen, wanneer de podcast eenmaal in de lucht is. Die zouden we kunnen verspreiden waar ons publiek zich bevindt: kleine podia en culturele instellingen, waar vaak promohoekjes zijn vrijgemaakt.

En onthoud: feedback is belangrijk. Hoe meer we ons publiek serieus nemen, hoe meer het publiek dat bij ons doet.

Dat is het wel zo’n beetje. Heel veel succes met produceren!

Voor wie maken we een podcast?

Journalist en onderzoeker Nic Newman van persbureau Reuters zegt dat bij een podcast de luisteraar echt centraal staat. ‘Speelt de inhoud een rol in het leven van mensen? Gaat het iets zijn dat blijft bestaan? Voegt het waarde toe? Wees heel duidelijk over wie je publiek is. Als je gaat publiceren voor wie dan ook, is het heel onwaarschijnlijk dat je slaagt. Je moet echt goed nadenken over een gericht publiek.’

Ik deed een verkennende enquête en interviewde drie van de respondenten om meer te weten te komen over hun wensen. De uitkomst van dit publieksonderzoek hoeven we niet uit ons hoofd te leren, maar het is belangrijk bewust te zijn van de behoeftes van onze luisteraars.

Belangrijke kanttekening: 33 mensen hebben gereageerd. Dat is ongeveer 3 procent van het totaal aantal volgers op Facebook en ongeveer 10 procent van de mensen die onze berichten daar lezen, als de schattingen van Facebook kloppen.

Facebook
Een bericht op onze Facebookpagina bereikt doorgaans minstens 300 mensen en soms zelfs het driedubbele. Onze Facebookpagina heeft meer dan 1000 volgers. Het grootste gedeelte is man, tussen de 25 en 34 jaar oud. Ruim 500 volgers wonen daadwerkelijk in Tilburg.

De enquête toont dus slechts een indicatie van de wensen van onze toekomstige podcastfans. Dit publieksonderzoek kan een houvast zijn, maar is niet heilig. Het is vooral belangrijk om de wensen en het luistergedrag van onze doelgroep in de gaten te houden en waar mogelijk te communiceren met onze luisteraars. Misschien wel meer mensen dan wij denken willen daarover meedenken en ons belonen met meer aanhang en een trouwere fanbase.


Uitslag enquête

Profiel

Het grootste deel van onze lezers woont dan misschien in Tilburg, bijna de helft van ons publiek doet dat niet. Onze podcast kan dus ook interessant zijn buiten de regio.

Afgaande op de enquête en de Facebookgegevens produceren we voor een redelijk jonge leeftijdsgroep, tussen de 20 en de 35 jaar, waarvan het grootste deel van de respondenten onder de 25 is.

Het is aannemelijk dat vooral studenten de enquête hebben ingevuld. Onder de doelgroep zijn ongeveer even veel mannen als vrouwen. Echt dominant is een van de geslachten niet.

Luistergedrag

Van onze respondenten volgt een minderheid een podcast vast. Ongeveer één op de vijf volgt een maandelijkse en/of wekelijkse podcast. Bijna 1 op de 3 mensen luistert podcasts niet vast. Niemand volgt een dagelijkse podcast.

Binnen de opgegeven genres scoren podcasts over muziek het beste. Van de 33 respondenten geven 19 aan graag naar muziekpodcasts te luisteren en 5 doet dat soms. Bij elkaar waardeert meer dan een derde dus podcasts over muziek. Op zich geen verrassing, aangezien deze mensen ons als muziekmedium volgen.

Ook goed scoort biografisch/persoonlijk/waargebeurd, een genre dat opvallend weinig haters heeft. Slechts 2 op de 11 mensen luistert dat soort podcasts liever niet. Iets minder dan de helft, 13 van de 33, doet dat graag.

Wetenschap/tech en sport/voetbal scoren bij uitstek het slechtst bij onze respondenten. True crime heeft aardig wat liefhebbers (8 op de 33), maar ook veel haters (15 op de 33). Nieuws, media en educatie kunnen rekenen op een zwakke interesse. Naar nieuwspodcasts (hard nieuws, politiek, economie) luisteren 13 mensen soms. Bij de laatste twee geven 14 mensen aan er soms naar te luisteren.

Het is aannemelijk dat een podcast met verdieping, persoonlijke verhalen en muziek het beter doet dan een podcast waar weetjes en actualiteiten centraal staan. Zes Losse Tanden en Klap van de Molen behoren tot de meest favoriete podcasts.

Download hieronder een anoniem ingevulde enquête, ter inzage.

Bekijk hier de infographic die bij enquête hoort.

Loading...

Loading…


Interviews met respondenten

  1. Nynke Breeuwsma (22), student uit Tilburg
  2. Rosalynn Hanemaaijer (32), docent middelbare school uit Den Haag
  3. Reinier van der Zouw (21), student en popjournalist uit Alblasserdam

Nynke Breeuwsma (22)

Tilburg, student en cultuurliefhebber

Welke podcast volg je en waarom?

‘Ik beluister momenteel De Brand in het Landhuis, op de fiets naar mijn werk. Ik kom vaak te laat achter het bestaan van een podcast. Dan staan al veel van de afleveringen online. Dat is ook fijn, want dan kan ik direct doorluisteren.

Ik vind moeten wachten op een podcast heel irritant, zeker bij een mysterie. Als iedere aflevering een ander thema heeft vind ik dat niet erg, maar zo’n podcast luister ik eigenlijk niet vast. Wanneer een aflevering eindigt op een spannend moment is dat frustrerend, zeker wanneer ik een week moet wachten op het vervolg, net zoals bij een serie. Dan ben ik geneigd sneller af te haken. Ik heb geen zin in weer een week wachten.’

Ik heb geen zin in weer een week wachten

Nynke Breeuwsma

Waarom is Echt Gebeurd je favoriete podcast?

‘Ik ben nieuwsgierig: ik vind het leuk meer weten te komen over andermans leven. Ik luister bijvoorbeeld ook podcasts over huwelijksproblemen of relaties. Die hebben extra lading, want ik kan er ook van leren. Wat die mensen overkomt, zou mij evengoed kunnen overkomen. 

‘Wat ik er fijn aan vind is dat ik het gevoel heb dat ik naar vrienden luister. Iemand vertelt een eigen verhaal en dat geeft het gevoel dat ik ‘closer’ ben tot die persoon. Het is niet alsof het écht mijn vrienden zijn, maar je leert ze wel kennen. Ook in andere podcasts met autobiografische elementen heb je dat een beetje. De Brand in het Landhuis is waargebeurd én de jongen die vertelt heeft het over hoe hij in die omgeving is opgegroeid en wie zijn vader en moeder waren; heel die setting. Dat maakt het makkelijker me in de persoon te verplaatsen.’

Als iemand over zichzelf vertelt, kan ik me makkelijker in die persoon verplaatsen

Nynke Breeuwsma

Als wij een podcast zouden maken, zou je dan iemand uit de scene willen hebben als host of een redacteur?

‘Beiden hebben een bepaalde aantrekkingskracht. Een muzikant kan zelf extra verhalen vertellen en kan misschien beter “connecten” met andere muzikanten. Een vriendschappelijk gesprek tussen twee muzikanten is leuk, maar het is niet alsof een muzikant als host perse moet. Iemand van buitenaf kan evengoed persoonlijke vragen stellen. Bovendien moet een muzikant wel het vermogen hebben een podcast te maken. Dat is een vak apart. Het is belangrijk dat hij een fijne stem heeft, spanning opbouwt en weet waar hij op in moet gaan. Het vak beheersen is dan het belangrijkst.’

Je gaf als tip in de enquête dat een fijne zachte stem een podcast kan onderscheiden. Zou dat voor jou werken bij een muziekpodcast?

‘Bij een podcast hoor je alleen geluid, dus bij een irritante stem ben ik voor 100 procent weg. Ik zou bijvoorbeeld niet een uur naar Marijke Helwegen kunnen luisteren.

‘Een “verhaalstem” is anders dan een gewone stem en welke stem geschikt is, hangt af van de richting waar het verhaal opgaat.’

Wat voor verhaal zou je interessant vinden?

‘Ik zou het interessant vinden om te leren wat muzikanten meemaken en ze beter te leren kennen. Het mysterie is mijn favoriete genre. Als je mysteries in de scene zou oplossen met muzikanten, zou ik luisteren.

‘Het is wel fijn om een verteller te hebben die tussendoor samenvat wat er is gebeurd of onbegrijpelijke woorden en gebeurtenissen uitlegt. Niet iedereen heeft verstand van muziek en bijbehorende termen. Ik verwacht dat daar ongetwijfeld mee gegooid gaat worden.’

Het is fijn om iemand te hebben die tussendoor samenvat en dingen uitlegt

Nynke Breeuwsma

Waar knap je op af bij het uitproberen van een podcast?

‘Stemgeluid is voor mij nummer één. Daarna komt de muziek die de makers uitkiezen. Die is soms vreemd en past niet bij de situatie. Dan is iets spannend, maar is de muziek dat niet. Punt drie is wanneer het verhaal onsamenhangend is. Ik vind het fijn als een verhaal begint, me dan meeneemt ergens naartoe en duidelijk eindigt. Als het ineens ophoudt, blijf ik verbaasd achter. Tenslotte wil ik ook niet te lang wachten op een nieuwe aflevering. Als ik niet kan luisteren op de fiets, kies ik iets anders en vergeet ik de eerste podcast weer. 


Rosalynn Hanemaaijer (32 jaar)

Den Haag, docent Nederlands

Je geeft in de enquête aan dat Echt Gebeurd en Where Should We Begin? je favoriete podcasts zijn. Wat vind je leuk aan die podcasts?

‘In Echt Gebeurd vertellen allerlei mensen echtgebeurde verhalen die leuk en origineel zijn. Het zijn anekdotes, op een goede manier. Er zijn meerdere gasten, onder wie Paulien Cornelisse, die meerdere keren te gast is geweest.

Where Should We Begin bestaat uit opnames van sessies van een relatietherapeut. Soms worden mensen met naam en toenaam genoemd, soms niet, maar ze geven hoe dan ook veel bloot. Dat is best indrukwekkend, gezien hun privacy; mensen die je kent zouden het maar horen! Ik luister vooral om te kunnen oordelen, eigenlijk als in een soap. Hoe de relatietherapeut op de mensen ingaat en ze uitvraagt, soms in een hoek drijft, vind ik interessant.

Zouden aspecten daarvan werken bij muzikanten?

‘Zeker. Muzikanten zijn altijd mensen die iets maken vanuit het hart. Het is interessant om meer te weten te komen over wat ze maken en waar dat vandaan komt. Ik zou wel pas luisteren als een van mijn favoriete artiesten te gast is. Dan zou ik meer willen weten over een bepaald nummer of de levensfase waarin een artiest zich heeft bevonden toen hij bepaalde nummers schreef.’

Beluister je die podcasts meteen wanneer er een nieuwe aflevering uitkomt?

‘Ik ben redelijk laat ingestapt, dus ik luister veel terug. Ik denk wel dat als ik bij ben, ik podcasts vast ga volgen. Dat doe ik nu al met de podcast van Monica Geuze, op YouTube.’

Ik zou pas luisteren als een van mijn favoriete artiesten te gast is

Rosalynn Hanemaaijer

Op welk platform zou je een 3voor12 Tilburg-podcast willen ontvangen?

‘Maakt me eigenlijk helemaal niet uit, als de inhoud maar interessant is. Bij Stitcher heb ik me bijvoorbeeld aangemeld na een artikel in de krant te hebben gelezen, maar ik vind de meeste podcasts op social media. Eén ding is wel: een podcast op YouTube is alleen voor thuis handig, want die kun je niet sluiten en verder luisteren op je telefoon, onderweg.’

Waar knap je op af bij het uitproberen van een podcast?

‘Slechte interview skills, mensen niet uit laten praten, als het heel oppervlakkig blijft, er wordt gevraagd naar de bekende weg of dingen worden herkauwd uit andere interviews. Dan heeft de podcast geen toegevoegde waarde.

Je hoeft geen super goede interviewer te zijn, maar je moet wel iets interessants uit iemand kunnen halen. Zorgen dat je niet met je mond vol tanden staat, want dan houdt het snel op.’

Je moet wel iets interessants uit iemand kunnen halen

Rosalynn Hanemaaijer

Zijn dat niet vooral journalistieke vaardigheden?

‘Het valt breder te trekken. Ik maak niet veel tijd vrij om dingen te luisteren, dus voor de tijd die ik spendeer, wil ik dat het goed in elkaar zit. Een interviewer kan ook Jan-met-de-korte-achternaam zijn, zonder ervaring. Ook hij kan vragen stellen en dat kan ook leuk zijn, als ik mijn tijd er maar niet mee verdoe.’


Reinier van der Zouw (21)

Alblasserdam, student en muziekblogger bij The Daily Indie

In de enquête geef je aan dat My Brother, My Brother and Me je favoriete podcast is. Waarom?

‘Het leuke vind ik het rare gevoel voor humor. De makers zijn grappig en ook oprecht. Je merkt dat hun onderlinge band goed is.

My Brother, My Brother and Me is een soort adviespodcast van drie broers, waarvan twee de oprichters zijn van gameblog Polygon. Met z’n drieën beantwoorden ze advies van luisteraars. Meestal zijn dat rare dingen – een excuus om lollig te doen. Ze zijn sinds 2010 bezig en hebben al meer dan 500 afleveringen gemaakt. De podcast is vooral in Amerika populair.’

Waar vind je zo’n podcast?

‘Deze podcast kende ik van Youtube. Ik had er ook over gelezen en ben toen bij Maximum Fun terecht gekomen, een podcastnetwerk. Ik luister de podcast op mijn iPod-app, maar vind podcasts niet daar. Daarvoor is de interface niet prettig genoeg.’

Een host moet hoe dan ook lekker kunnen praten en gesprekken kunnen leiden

Reinier van der Zouw

Zou je als niet-Brabander luisteren naar een 3voor12 Tilburg-podcast?

‘Dat hangt af van het onderwerp. Een concertzaal als 013 of een festival als Roadburn – overigens niet binnen mijn favoriete genres – vind ik wel interessant. Wanneer het echt zou gaan over een heel Brabants bandje, dan ben ik niet geneigd te luisteren.’

Wat voor mensen zou je willen horen in een muziekpodcast van 3voor12 Tilburg?

‘Ik zou liever muzikanten horen dan mensen uit de industrie. Bij muzikanten zijn de gesprekken volgens mij toegankelijker. Het is concreter en gaat over de muziek. Als host kan een muzikant of journalist allebei leuk zijn. Zo’n iemand moet hoe dan ook lekker kunnen praten en gesprekken kunnen leiden. Een journalist kan dat wel denk ik.’

Als een stem vervelend is heb ik geen zin om verder te luisteren. Zelfs als de inhoud leuk is

Reinier van der Zouw

Wat mis je nog op het gebied van muziekpodcasts?

‘Ik luister eigenlijk niet super veel naar muziekpodcasts. De Machine luister ik af en toe, wanneer ik het onderwerp interessant vind. Voor iets met muziek luister ik vooral de muziek zelf.

Bij De Machine mis ik soms de input van muzikanten, want de podcasts is gefocust op de industrie. Ik kan me voorstellen dat als je zelf geen popjournalist bent, die insidersinfo niet altijd interessant genoeg is.’

Waar knap je op af bij het uitproberen van podcasts?

‘Met stemmen heb ik veel. Wanneer die vervelend is – en dat is redelijk vaak zo – heb ik geen zin om verder te luisteren. Ook als de inhoud leuk is.

Iemand als Mark Rodderby (WTF) is goed op zijn gasten ingespeeld en duidelijk bedreven in het maken van podcasts. Hij praat niet door gasten heen. Wanneer iemand minder ervaring heeft, er veel door elkaar heen wordt gepraat of er vallen ongemakkelijke stiltes, dan knap ik daarop af. Dat kan komen door mijn eigen hoge verwachtingen.

Podcasts maken is ook best lastig, ik zou het zelf niet kunnen. En wat je verstaat onder een goede stem is heel persoonlijk. Eén ding is altijd slecht: een robotstem die klinkt alsof je van de autocue voorleest.’

How-to: de 9 do’s and don’ts

Met het voorgaande als basis kun je eigenlijk nog steeds alle kanten op. Daarom nu een beknopte wegwijzer naar wat we wel en niet moeten doen bij het maken van een podcast. Er zullen een paar open deuren tussen zitten voor journalisten of redacteuren die ervaring hebben met audioproductie. Alvast sorry daarvoor.

Niemand luistert graag naar iemand die de boel staat op te sommen. ‘Logisch’, zou Johan Cruijff zeggen. Toch sluipt gebrek aan spontaniteit er sneller in dan je misschien zou denken.

Een voorbeeld daarvan komt van Niels Aalberts, eindredacteur van 3voor12 landelijk. Hij vertelde op de 3voor12 Localdag van 2019 dat hij oorspronkelijk altijd met 3voor12-journalist Atze de Vrieze, met wie hij de podcast presenteert, besprak wat ze in hun podcast zouden gaan bespreken. Dat bleek niet te werken, omdat niets de makers zelf nog verraste. ‘Niets werkt zo slecht als een productie waar de ‘heat’ niet aanwezig is’, zegt Niels daarover, waarmee hij doelt op spontaniteit en spanning.

Podcastmaker Katinka Baehr voegt daar aan toe: ‘Je moet echt open en nieuwsgierig zijn. Vaak merk je dat de programmamaker al van tevoren heeft bedacht wat hij komt halen. Dan kun je nooit verrast worden.’

Volkskrantjournalist Simone Elevelt ging een stapje verder. Nog voordat er een productieplan was, nam ze haar collega Thomas Hogeling mee naar de geluidsstudio van De Volkskrant, om haar idee op te nemen. ‘Het was nog voor de koffie, dus het was een heel slaperig gesprek. Maar wel spontaan’, vertelt ze in een artikel op volkskrant.nl. De opname gebruikte ze voor de productie van Grote Vragen, nu een vaste podcast, die ze samen met Thomas maakt. Simone: ‘Ik stuur van tevoren geen vragen op, daar ben ik vrij streng in. Je hoort meteen of iemand een antwoord heeft voorbereid. De interactie met de interviewer, twijfel in je stem, je hoort het allemaal. Dat kan je niet faken.’

1.       Gebruik je journalistieke vaardigheden

Een podcastproductie bevat in feite inhoudelijk gewoon een verhaal. Tips die makers geven komen heel vaak neer op wat wij als redacteuren van 3voor12 al weten, maar moeten niettemin genoemd worden:

  • Bedenk een rode draad, hoeft niet uitgebreid, als je maar weet waar je naartoe gaat met je verhaal.
  • Kies een interessante bron die echt wat te vertellen heeft.
  • Denk (wanneer van toepassing*) aan je montage tijdens het voorbereiden en opnemen: probeer citaten te vangen en denk na over wat je zelf gaat vertellen. Wanneer op pad: neem omgevingsgeluiden op om later te monteren (*bij een discussiepodcast is het gebruikelijk zo min mogelijk te monteren).
  • Maak gebruik van een aantrekkelijke verhaallijn en spanningsopbouw. Katinka Baehr: ‘Als programmamaker moet je zorgen dat de luisteraar steeds wil weten hoe het verder gaat. Dat heeft heel vaak te maken met het doseren van informatie. Je moet aanwijzingen geven dat er iets staat te gebeuren, maar je kruit nog even droog houden.’
  • Bewaak de inhoud: beantwoordt dit mijn vraag wel? Belanden we teveel op een zijspoor? Is dit nog interessant voor de luisteraar? Is mijn bron wel eerlijk? Maar: je hebt de vrijheid dit naar eigen inzicht in te schatten, als het maar interessant blijft voor de luisteraar.

2.      Voorkom ruis

Deze open deur is toch echt een hele belangrijke. Want, nog meer dan bij radio, is het voorkomen van onwelkom geluid van levensbelang. Naar radio luisteren mensen nog wel eens tijdens het stofzuigen of in de auto, waar storend geluid toch al aanwezig is. Een dagelijks radioprogramma dient bovendien vaak meer als ‘behang’, dan als medium waar je met volle aandacht naar luistert. Maar wie met koptelefoon echt naar een podcast probeert te luisteren, op het strand of in de trein, wil gewoon dat alles clean en lekker klinkt.

Ga daarom naar een stille ruimte, zoals een studio of een voorraadkast, en let goed op de geluidskwaliteit. Journalist Peter de Ruijter, die voor een podcast verslag deed op een conferentie, verliet met zijn gasten de gemeenschappelijke ruimte op zoek naar een stille plek.

Of zoals de makers bij De Volkskrant benadrukken: ‘Je let op elk rammeltje. Het is allemaal ruis. Als je geluk hebt, kun je zoiets eruit knippen bij het monteren, maar dat is weer extra werk. Als je pech hebt, kan je een stukje opname gewoon niet gebruiken.’

3.      Ga voor goede stemmen

Even bellen met een potentiële bron maakt al snel duidelijk of hij of zij een geschikte kandidaat is voor je podcast. Hoesten, niezen en zelfs persoonlijke tics kun je er soms nog wel uitknippen, maar van iemand die echt heel vervelend praat, wil je gewoon geen opname hebben.

Volkskrantproducent Rinkie Bartels vindt: ‘Als iemand een stem heeft die jij niet trekt, dan ben je gewoon klaar’, maar daar is niet iedereen het mee eens. Collega Thomas Hogeling: ‘Als mensen niet gillend wegrennen als je praat en je iets interessants te vertellen hebt, willen ze ook wel naar je podcast luisteren.’ Collega Simone Elevelt benadrukt dat de stem hoe dan ook belangrijk is in een zoiets intiems als een podcast. ‘Dit is de afstand van degene die praat tot de microfoon. Het is alsof iemand in je oor praat.’ We willen niet dat iemand als Grover van Sesamstraat dat een uur lang doet, toch?

Peter de Ruijter geeft een oefening voor beter stemgeluid, van stemcoach Huub Krom. ‘De stem is de spiegel van de ziel. Ga staan, maak je kaken los, beeld je in dat je tegen iemand praat, gesticuleer (gebruik gebaren, red.), praat niet te snel, behoud de spanning tot het einde van elke zin.’

4.      Zoek contact met de luisteraar

Als we een band willen opbouwen met onze luisteraar, is het te hopen dat die luisteraar steeds opnieuw terugkomt.

In de Machine kondigen presentatoren Niels Aalberts en Atze de Vrieze aan waar ze het de volgende keer over gaan hebben, zodat de luisteraar alvast kan kiezen of hij wil luisteren en iets heeft om naar uit te kijken (of niet).

Maar je kunt verder gaan. Volgens Nic Newman van persbureau Reuters valt nog er nog veel te halen door het gesprek aan te gaan met de luisteraar. Volgens hem kunnen podcastmakers daarmee innoveren en zich onderscheiden van grote media-instanties.

David Achter de Molen zendt zijn podcast Klap van de Molen ook live uit op Youtube en houdt ondertussen contact met kijkers door in te gaan op reacties. Zo gaan hij en de gasten het gesprek aan en betrekken ze de doelgroep actief bij hun productie.

Volgens journalist Inge Beekmans is het gesprek aangaan een van de beste manieren om een trouw publiek te creëren. Houd er wel rekening mee dat contact onderhouden met het publiek tijd kost.

5.      Besteed veel aandacht aan geluidskwaliteit, maar niet te veel geld aan apparatuur

Podcastmaker Marco Raaphorst in Villamedia: ‘Ik heb hele slechte podcasts gehoord, gemaakt met dure spullen, en hele goede, gemaakt met goedkope apparatuur.’ Zo is het maar net.

God bless the 21st century, waarin goede spullen te koop zijn voor weinig. FHJ-alumnus en radiomaker Jeffrey Tijdhof zweert bijvoorbeeld bij de Zoom H1n audiorecorder, de lowbudgetversie in de reeks H-recorders van Zoom. Die is (exclusief micro-sd) al te krijgen voor minder dan 90 euro, of binnen compleet pakket met statief en plopkap voor 115 euro. De Zoom H1 neemt hoge kwaliteit audio op in stereo en is op meerdere vlakken handmatig in te stellen. Zo zijn er meer voorbeelden van voordelig geprijsde techniek. Een Zoom H2 kost ongeveer 200 euro en heeft al meerdere microfooningangen.

Een voordeel van audiorecorders in vergelijking tot opgebouwde apparatuur, zoals een mengpaneel met microfoons en een laptop, is de ‘flexibiliteit’, aldus podcastmaker Dick Hoebée, op baxmusic.nl. ‘Waar je hem meeneemt, kun je opnemen. Dit is om deze reden de methode die ik persoonlijk gebruik. Ik ben begonnen met een Zoom H2. Deze zette ik op tafel tussen mij en mijn gast in. Het is een makkelijke opstelling die hele aardige resultaten oplevert.’ Maar neem tip 3 in acht: ‘Het werkt eigenlijk alleen echt goed als je buiten bent in een stille omgeving.’

Wie geen geld hieraan wil uitgeven en toch student is bij Fontys, kan prima een keer een Tascam audiorecorder huren bij de mediatheek. Ook die werkt prima. Zeker wanneer zowel jij als je gast een eigen richtmicrofoon (zoals er één wordt meegeleverd) hebben. Bij drie gasten tegelijk voldoet een ingebouwde microfoon van een Tascam of Zoom, mits in een echt stille ruimte met weinig galm, zoals een archiefkast vol papier of een opnamestudio.

In ieder geval: gebruik vooral niet je smartphone voor het opnemen van een podcast. Je hoort het verschil.

6.      Gebruik een prettig montageprogramma

Je wil echt niet na een gesprek van misschien wel een uur ook nog uren lopen klungelen met een montageprogramma dat je niet begrijpt of dat niet meewerkt (bijvoorbeeld omdat het gratis is).

Audacity is gratis en legaal te downloaden en werkt bijvoorbeeld goed wanneer je weinig hoeft aan te passen, maar anders is Adobe Audition (niet gratis) een betere, nog redelijk gebruiksvriendelijke keuze. Simpele effecten kunnen de boel oppoetsen. Dick Hoebée: ‘Ik gebruik de volgende effecten om tot een goed eindresultaat te komen op het gebied van geluidskwaliteit: compressor, limiter, EQ, en smart noise-canceling.’

Vooral wanneer je reportage-elementen inbouwt is een goed montageprogramma het halve werk. Welk programma het beste bij je past, hangt van je persoonlijke voorkeur af.

7.      Luister bij de buren

Om te weten wat een goede podcast is, kun je het beste zelf zo veel mogelijk podcasts luisteren. Het brengt je mogelijk ook op ideeën voor een eigen podcast. Beter goed gejat, dan slecht bedacht!

Nic Newman, van persbureau Reuters: ‘Audio maakt het mogelijk om af te dalen naar niches, dus ik denk dat je in veel opzichten niet moet kijken bij algemene uitgevers, maar naar individuen die effectief hun eigen merken hebben gecreëerd. Zij krijgen het voor elkaar om met weinig budget vaak kleine groepen mensen, echt te bereiken en inhoud te maken die daadwerkelijk anders is.’

8.     Toptip: begin gewoon

Het allerbelangrijkste heb ik voor het laatst bewaard, expres, omdat je anders de rest misschien niet zou lezen. Want ja, wie leest nog duizend woorden als de eerste tip ‘begin gewoon’ is?

Onze landelijke 3voor12-podcastcollega Niels Aalberts stelt dat je het beste nú kunt beginnen. Daar heeft hij best een punt. Wie nu begint leert gaandeweg vanzelf wel van zijn of haar fouten. Ervaring geeft je ook een streepje voor op de rest in podcastland. Houdt de tips in het achterhoofd en ga het gewoon dóén.

Of nou ja, lees ook de rest van dit verslag nog even. Want het belangrijkste moet nog komen. We maken een podcast natuurlijk ook omdat we dat zelf leuk vinden, maar aan de andere kant van de lijn staat ons publiek. Zonder hen heeft onze podcast bijzonder weinig waarde.

Waarom een podcast voor 3voor12 Tilburg?

Nu zo veel media podcasts maken, zou je je bijna afvragen waarom we dat bij 3voor12 Tilburg nog niet doen. Een betere vraag: waarom zouden we er überhaupt wél aan beginnen? Ik ben zelf 3voor12 Tilburg-redacteur en deed onderzoek naar de do’s, don’ts bij podcasts en de wensen van ons publiek. Spoiler: de podcast kan er komen en het kan heel erg vet worden.

Goed, de vraag is gesteld: waarom een podcast? Vandaag de dag luisteren ruim 2 miljoen Nederlanders naar podcasts, dus we kunnen stellen dat ze mainstream zijn geworden. Ze zijn een manier om breder te gaan produceren zodat we muziekliefhebbers binnen en buiten onze regio nog beter kunnen informeren over de muziekscene waar we zelf zo van houden. Dat kan voor ons redacteuren leuk zijn, maar we zouden naast schrijvers ook audioproducenten bij onze redactie kunnen betrekken.

Een podcast produceren hoeft helemaal niet moeilijk te zijn. Met eenvoudige techniek en een eenvoudig, maar goed plan hebben we zo een format op de rails om mee te beginnen. Daarna is het vooral van belang om ervaring op te doen.

Ik wil niet het gras voor de voeten van wie dan ook wegmaaien door een concept dicht te timmeren – een podcast maken is vooral leuk wanneer je je creativiteit erin kwijt kunt. Ik wil wel een aanbeveling doen, aan het einde van dit rapport. Hopelijk helpen mijn tips onze productie zo beter te maken. De rest laat ik over aan wie deze taak graag oppakt.

Het belangrijkste is dat we inhoudelijk sterke producties af gaan leveren. Er is namelijk een wildgroei van podcasts, ook over muziek. Als we gehoord willen worden, moeten we podcasts maken met mensen die echt wat te vertellen hebben, met onderwerpen waar we ons mee kunnen profileren. Als we daar zelf kritisch op kunnen zijn, zie ik een mooie toekomst. Op technisch gebied moeten we vooral slim zijn. Daarover later meer. Nu eerst terug naar de basis.

Waarom 3voor12 Tilburg en waarom een podcast?

Voordat je met jeukende handen naar het knopje van je audiorecorder rijkt, hebben we een plan nodig. Als startpunt is het goed stil te staan bij het bestaansrecht van 3voor12 Tilburg.

Kort maar krachtig staat op onze Facebookpagina: 3voor12 Tilburg is de thuisbasis voor iedereen die muziek in Tilburg op de voet volgt.

Waar we voor zijn

Muziekplatform van de VPRO
3voor12 is het multimediale platform voor popmuziek van de VPRO. In bijna twintig jaar tijd is 3voor12 uitgegroeid van underdog tot het belangrijkste alternatieve popplatform van Nederland. 3voor12 maakt radio en tv, is een online muziekmagazine, neemt bijzondere sessies op en doet verslag van alle belangrijke muziekfestivals.

Wat is 3voor12 lokaal?
Wie zit er beter op de popscene van een stad dan lokale muziekliefhebbers zelf? Al bijna vijftien jaar lang doen vrijwilligers van 3voor12 lokaal verslag van alles wat in hun regio gebeurt. Op 1 oktober 2003 werd het startschot gegeven voor 3voor12 Den Haag, snel gevolgd door o.a. 3voor12 Utrecht en Groningen, om langzaam uit te breiden over het gehele land. De VPRO bouwt de sites en zorgt voor technische ondersteuning, lokale vrijwilligers zijn verantwoordelijk voor de redactionele invulling.

Bron: https://3voor12.vpro.nl/service/overzicht/faq.html

Wat is een podcast?

Over een exacte definitie lopen de meningen uiteen en zoals ook al beschreven door podcastfactory.nl: de definitie zoals een Wikipediaschrijver die ooit heeft proberen te geven, schept alleen maar verwarring.

Daarom hier zoals podcastmaker Dick Hoebée schrijft: ‘Een podcast is een audioshow die on-demand beluisterd kan worden. Het woord zelf is een samentrekking van ‘iPod’ en ‘Broadcast’. Dit is zo ontstaan omdat het fenomeen populair werd tijdens de hype rond Apple’s toenmalige MP3-speler, die podcasts kon afspelen.’

Definitie in vier delen:

  1. Een podcast is een programma
  2. In de vorm van een audiobestand
  3. On-demand te beluisteren
  4. Terug te vinden op internet

Hiermee zie je meteen het onderscheid ten opzichte van een radioprogramma: een podcast kan altijd en overal worden beluisterd. Best belangrijk om de inhoud daarmee af te gaan stemmen. Is het nieuws van vandaag de dag interessant als iemand het altijd terug zou kunnen luisteren? Of bespreken we iets wat over een maand nog steeds spannend is?

Andere verschillen met radio zijn snelheid en diepgang. Radio is bij uitstek een snel medium, waar interviews in het algemeen maar enkele minuten mogen duren en de luisteraar in the heat of the moment kan worden geïnformeerd. Radio heeft een strak format en een programma moet op tijd zijn afgelopen, omdat nieuws, reclame of een volgend programma eraan komt.

Hoewel er radiobreed genoeg uitzonderingen zijn (Radio 1: Kunststof bijvoorbeeld), duren radio-interviews in programma’s voor een brede doelgroep vaak maar een paar minuten, vanuit de gedachte dat de luisteraar anders niet blijft hangen.

Bij een podcast kiest de luisteraar zelf van te voren al of hij wil luisteren, waarmee je er eerder vanuit mag gaan dat hij geïnteresseerd is in de inhoud. De gemiddelde luisteraar luistert dus ook aandachtiger. In een podcastinterview of reportage kun je de tijd nemen voor verhaalopbouw, spanningsopbouw, uiteenzetting van je onderwerp, uitgebreider en dieper onderzoeken, mits het interessant blijft en afhankelijk van je onderwerp en format

In de praktijk hoor je dan ook bij veel podcasts dat een discussie best langer kan duren dan van te voren was bedacht of dat presentatoren niet worden belemmerd langer door te vragen tijdens een interview. Bij een interview- of discussiepodcast kan de lengte dan ook flink verschillen per aflevering. Zo proberen Sef en Pepijn Lanen hun podcast ongeveer 1,5 uur te laten duren, maar verschilt dat per aflevering.

Met dit als basis kun je eigenlijk nog steeds alle kanten op. Daarom nu een beknopte wegwijzer naar wat we wel en niet moeten doen bij het maken van een podcast. Er zullen een paar open deuren tussen zitten voor journalisten of redacteuren die ervaring hebben met audioproductie. Alvast sorry daarvoor.

Roadburn voor beginners

Voor wie zich afvraagt waarom de vloedgolf van zwartgeklede mensen jaarlijks de stad overspoelt

De straten van Tilburg kleuren zwart. Liefhebbers in donkere kleding komen vanuit heel de wereld naar muziekfestival Roadburn. Dat is dit jaar opnieuw uitverkocht, met zo’n vierduizend bezoekers, terwijl het erom bekend staat muzikaal zwaar, experimenteel en (voor de gemiddelde muziekliefhebber) best ontoegankelijk te zijn. Hoe kan dat? En wat nou als het je nieuwsgierig maakt, waar begin je dan met luisteren? 3voor12 Tilburg vraagt het drie ingewijden.

Wat is Roadburn?

Roadburn is een underground festival voor allerlei soorten ‘heavy’ muziek en heeft het doel het muzieklandschap ‘aan te jagen’ en te ‘herdefiniëren’. Er is ‘geen genrebeperking’ volgens de organisatie.

‘Ik vind dat muziek niet aan conventies hoeft te voldoen’, zegt organisator Walter Hoeijmakers in de Zes Losse Tanden podcast van 27 februari 2019.

Volgens de organisatoren is het festival inmiddels leidend in Europa. Roadburn heeft een goede naam bij liefhebbers en makers van zware muziek. De grootste underground artiesten, maar ook opkomend talent zijn op Roadburn te vinden. Ze geven optredens in 013 en omliggende podia, zoals dit jaar Het Patronaat en in de Spoorzone Hall Of Fame en de Koepelhal.

Roadburn duurt van donderdag tot en met zondag (dit jaar 11 tot en met 13 april) en telt iedere dag zo’n 4.000 bezoekers (zondag iets minder), waarvan driekwart uit het buitenland.

Het meerdaagse festival wordt georganiseerd sinds 2007, maar Roadburn bestaat al sinds 1999. Dit jaar viert Roadburn de 25ste editie, een jubileum.

‘Het festival is een reflectie van wat in de underground gebeurt. Het heeft ieder jaar een andere invalshoek’, vertelt Walter Hoeijmakers in Zes Losse Tanden. ‘Ik probeer bands in dezelfde artistieke en muzikale context te plaatsen, waardoor ze betekenis krijgen, dat is waar mensen hard op gaan en dat is waar ze voor komen.’

Finse metalhead Aino Purhonen gaat voor het zevende jaar op rij naar Roadburn. Bij Beekse Bergen organiseert ze dit jaar een cook-off voor de festivalgangers. Ze weet ‘hoe verschrikkelijk mensen soms kunnen koken’, maar wil vooral samen eten voor de saamhorigheid.

Maarten Koehorst is het gezicht van Sounds Tilburg, de platenzaak in het centrum. Hij is zelf niet vies van de wat zwaardere klanken. Patrick Lamberts is muziekjournalist en schrijft al jaren voor onder andere metaltijdschrift Aardschok. De drie deskundigen denken wel te weten wat Roadburn zo aantrekkelijk maakt…


Ruins of Beverast live op Roadburn 2018. Beeld:
Grywnn (CC)

Al die harde muziekgenres, gewoon weer een bak herrie, toch?

Maarten: ‘Roadburn is veel meer dan dat. De hele context van Roadburn is ‘heavy’. Zo lopen er niet de vrolijkste mensen rond – terwijl het boven alles wel oergezellig is. Heavy zit hem vooral in de intensiteit van de muziek. Die is niet perse hard, zoals metal dat wel is. Er kan net zo goed een singer-songwriter staan die heel duister speelt.’

Aino: ‘Durf eens wat nieuws te proberen! Zelfs al is het een festival voor zware muziek, het is heel gevarieerd. Het festival draait om ontdekken, ook voor mij. Het kan misschien intimiderend overkomen om je stad overspoeld te zien worden met mensen in dezelfde zwarte kleding, maar zo underground als de muziek is voor anderen, zo normaal is het voor ons.’

Patrick: ‘Gekscherend wordt wel eens gezegd: het is mannen-met-baarden-muziek. Het is ook wel zwart en zwaar. Je zult het in ieder geval nooit op de radio horen. Het is niche, maar daardoor ontstaat juist die eenheid bij de festivalgangers onderling, die gezamenlijk komen luisteren.’


Les Discrets live op Roadburn 2017. Beeld: Grywnn (CC)

Veel genres wel. Kun je uitleggen hoe en wat?

Patrick: ‘Ik ben er professioneel mee bezig en het is voor mij soms niet eens meer bij te houden. De ‘stamboom’ van genres is zó vertakt. Roadburn is in ieder geval experimenteel, zwaar en duister. Niet perse ongelooflijk hard, maar met lage bassen en een donker gevoel.’

Maarten: ‘De genres inzichtelijk maken is moeilijk. Een genre als psychedelica, ook op Roadburn, meandert nogal. Het zijn geen liedjes van drie minuten. Er wordt geëxperimenteerd. Muzikanten nemen de tijd en krijgen de tijd.’

Aino: ‘Het is moeilijk om de genres te definiëren. Die kunnen heel opwekkend zijn of kalm en rustgevend, snel en luid, hard en agressief of gewoon raar. De  verschillende muziek roept evenveel verschillende gevoelens op als een persoon kan hebben.’


Waste of Space Orchestra live op Roadburn 2018. Beeld: Beeld: Grywnn (CC)

Wat maakt een festival als Roadburn voor jou bijzonder?

Maarten: ‘Er zijn eenlingen, dorpsgekken die met een jasje lopen met daarop een bandnaam die je niet kunt lezen. Op Roadburn staan ze ineens met zijn vierduizenden van dezelfde muziek te genieten. Dát vind ik het mooie. Verbroedering. Een zwarte vlek over Tilburg met mensen die er heel eng uitzien voor de normale burger, maar poeslief zijn. Muziekfreaks die verder gaan en bepaalde genres uitdiepen.’

Patrick: ‘Uniek aan Roadburn is dat mensen over heel de wereld er naartoe komen. Wat velen van hen zoeken in de muziek is eerlijkheid. Emoties waar je het niet zo snel over hebt. In de muziek wordt uitgesproken dat het leven niet altijd makkelijk is. Muziek is emotie en wordt op die manier gedeeld. Het is wel vrij duister, in sommige gevallen zelfs iets té voor mij. Waar de een gaat sporten om zijn geest op te ruimen, luistert de ander naar muziek die zo hard staat dat hij erdoor wordt opgeslokt.’

Aino: ‘Ik ben een muziekliefhebber en nieuwsgierig. Roadburn voorziet helemaal in mijn behoeftes. Het is een uniek festival in zijn soort. Naast de muziek hebben we een community van mensen uit Noorwegen, Zweden, Denemarken en Australië. We spenderen de hele week in de vakantiehuisjes bij de Beekse Bergen. Voor velen is dat een jaarlijks samenzijn. De muziek verbindt ons. Het is als een volwaardige vakantie vol goede muziek.’


Ruins of Beverast live op Roadburn 2018. Beeld: Grywnn (CC)

Dit moet je horen: een opstapje naar Roadburn

Wat je moet horen om in de stemming te komen of omdat het gewoon heel erg goed is: Maarten en Aino maakten een albumlijstje van oud- en nieuwgedienden op Roadburn.

De complete officiële Roadburn-playlist vind je hier.

© 2019 MVE. All rights reserved.

Theme by Anders Norén.